Voetenwerk 


‘Als ik zo naar je voeten kijk, heb je hele mooie voeten,’ sprak Johan. ‘Nou, dank je beleefd, ik ben er zelf ook heel tevreden mee,’ reageerde ik opgewekt. Die Johan, die weet wel hoe je een vrouw blij kan maken. 

Ik zat met m’n vermoeide kont op de onderzoekstafel, schoenen en sokken uit, broek nog aan, terwijl Johan m’n ontkleedde voeten in zijn handen had en er aan alle kanten voorzichtig in duwde en kneep, aan mijn tenen trok, ze dubbel vouwde en daarna zijn conclusie hardop uitsprak. Mooie voeten dus. Dát was het probleem ook niet. Het probleem met mijn voeten is dat ze niet dat doen waarvoor ze bedoeld zijn. 

Het blijkt, aldus Johan en díe kan het weten, dat mijn grote teen te klein is. Goh, ik wist niet dat dat kon: een te kleine grote teen, waardoor ik naar de zijkant van de voet afwikkel bij het lopen. Mijn hypermobiliteit zorgt ervoor dat ik onstabiel sta, altijd aan het corrigeren ben vooral tijdens stil staan. Ook slenteren moet een drama zijn, zei Johan en verrek! hij heeft gelijk. Ik word doodmoe van slenteren: ben er dus letterlijk niet op gebouwd. 

En het gaat nog even door. Omdat m’n voeten heel soepel zijn in combinatie met die te korte grote teen, worden mijn achillespezen bovenmatig belast door het rare, geforceerde lopen van mij. Ik merk daar niets van, het is een soort van aangeboren gedrag want die grote teen is niet ineens gekrompen, die was altijd al te kort. 

Lang verhaal kort: Johan gaat mijn voeten terugbrengen in de juiste stand. Hij maakt een paar supersonische correctiezolen die ik dan zo hupsakeetje in m’n eigen schoenen of laarzen kan duwen. Johan maakte een digitale gipsafdruk van mijn mooie voeten en over 1,5 week kan ik mijn zolen ophalen. Kost wat, maar dan heb je ook wat! Het komt goed met die voeten van mij en dan vooral met mijn ontstoken achillespezen. 

Ik ben een blij mens, want zeg nou zelf: bij alles waar ‘corrigerend’ voor staat wordt je toch heel hebberig op mijn leeftijd?! 

Advertenties

Tandarts

Vanmorgen had ik een date. Om 10 uur al, maar dat was prima te doen. De tandarts wilde me zien, dus wie ben ik om die man niet een keer per jaar dat plezier te gunnen. Ik ben de rotste niet.

Om 10 uur sharp zakte ik op een ongemakkelijke bank in de wachtkamer en waande mij bijna bij Monuta uitvaartzorg. Aan tafel voor mij hing een man in een stoel voorover op tafel, een krant of tijdschrift te lezen. Aan zijn ademhaling zag ik dat hij niet dood bleek, maar waarschijnlijk gewoon lekker ontspannen was.

Om 10.02 uur opende mijn tandarts met een vrolijke zwaai de deur en keek mij lachend aan. Dat snap ik, maar bespaar me de moeite. Ik liep naar hem toe, trok een lip op en stak m’n hand uit met een welgemeend ‘ook goedemorgen,’ en liep met hem mee naar de behandelkamer. Gezellig weer.

Was mijn tandarts vroeger best een lekker ding, de tand (hoe toepasselijk) des tijds heeft ook aan zijn kadaver staan sjorren. Hij is veranderd in een beetje een uitgezakte, mollige mid-life man die gelukkig qua vriendelijkheid niets heeft ingeleverd.  Maar ja, het oog wil ook wat hé, als je op je platte rug ligt en bent overgeleverd aan een man, terwijl je mond in standje wagenwijd staat. 

‘Nee ik heb geen klachten,’ sprak ik oprecht. In de zomer was ik nog even langsgeweest i.v.m. ernstige pijn ergens in m’n gebit, maar toen hij er vanmorgen naar vroeg, kon ik het me niet eens meer herinneren. Die maanden waren niet m’n beste, zeg maar. Tandarts wrikte en krikte, schaafde en stommelde met een haakje langs al mijn tanden en kiezen en sloeg niets over. Ik lag er maar een beetje bij; keek eens links naar het plafond en keek eens rechts naar het plafond. 

‘Geen gaten!’ sprak de tandarts, alleen wat tandsteen. Dus, hopsakee, ander haakje en wederom verdween de tandarts in de grochten van mijn gebit. En toen gebeurde het. Vanuit het niets vroeg hij: ‘heb je tandpasta met groene balletjes?’ ‘Eh, nee!’ Ondertussen trok mijn leven zich razendsnel aan me voorbij. Mijn paradontax is rood en bevat überhaupt geen balletjes, dus ook geen groene balletjes. ‘Er zitten allemaal groene stukjes bij het tandsteen!’ oreerde tandarts verder. Raar! 

‘Oh wacht,’ riep ik uit, ‘dat zijn m’n tandenstokers!’ ‘Je weet wel, die groene rubberen dingen, die zijn groen.’ ‘Die passen er niet tussen,’ sprak tandarts. ‘Jawel hoor, gewoon doorduwen,’ gaf ik terug en slikte de tekst van het tegeltje Rekt het niet, dan scheurt het wel, wat bij de Verloofde op toilet hangt, in. Enigszins triomfantelijk nestelde ik me dieper in de stoel en tandarts schraapte de rest van m’n tandenstokers weg. Klaar was Kees.

Met een nieuwe afspraak op zak voor over een jaar, verliet ik de praktijk. Lekker fris bekje weer en zonder al dat tandsteen ben ik morgen op de weegschaal zo weer een ons of wat lichter. Het kan verkeren. Zeau, en nu eerst maar weer eens m’n tanden ragen. Met de groene rubberen tandenstokers, want daar heb ik een grootverpakking van liggen. Gewoon doorduwen; rekt het niet, dan scheurt het wel. 

Hummingbird 

Terwijl ik langs de Verloofde keek en de Nederlandse kustlijn langzaam uit beeld zag verdwijnen, sprongen tranen in m’n ogen. Oh, wat had ik naar deze vakantie verlangd en waren de maanden en dagen ernaar toe lang en zwaar geweest. Ik legde m’n hoofd tegen de brede schouder van de Verloofde die bij het raam zat, waardoor de tranen in z’n t-shirt absorbeerden en ik me veilig en geborgen wist. 

Een jaar lang geen vakantie hebben is eigenlijk gekkenwerk en dat doen we dan ook nooit meer. Misschien was het wel ook daarom dat we ons zestien dagen lang heel bewust hebben gemarineerd en gekoesterd in de zon en de natuur op ons eiland in de Caribean. Na een paar dagen onthaasten konden we ontspannen en hebben we genoten van iedere dag en de nabijheid van elkaar. Het was een fijne vakantie!

Inmiddels ben ik alweer twee weken aan het werk. Geen verzuimverlof meer, ook al ben ik niet ‘beter.’ Ergens moet je het toch ook weer proberen en kijken hoe het gaat. De therapie is qua frequentie verminderd, want ook dat moet ik proberen. Loskomen van de veilige omgeving van m’n therapeut en het weer zelf doen. Zelf leren omgaan met m’n nieuwe ik en alles wat daarbij hoort en hoorde. 

Gisterenochtend voor ik naar het werk ging, vloog het me opeens aan. Stel je voor dat ik de PTSS nooit helemaal kwijtraak? Ik merk dat ik soms in oude patronen val en gisteren vloog het me naar de keel, dat het misschien nooit helemaal over gaat. Dat, dat wat er gebeurd is sluimerend aanwezig blijft en altijd op de achtergrond zal zijn. Ik wil dat niet. Ik wil geen restverschijnselen overhouden aan dat waar ik destijds geen invloed op had en wat toch nogsteeds zo bepalend is voor m’n leven. 

Natuurlijk kijk ik vooruit. Heel erg zelfs! En vergeet ik dat even, dan is de Verloofde er om me stevig vasthoudend dit als een mantra te herhalen. De toekomst is van ons en het wordt nooit meer zoals het was. Dat weet ik ook ten diepste, maar toch…

Waar ik ook wakker van kan liggen, is de vraag of ik het zelf wel goed heb gedaan in de opvoeding van de jongens. Mijn ouders hebben steken laten vallen, waardoor ik me liet behandelen in m’n huwelijk die grenzeloos was, omdat ik nooit grenzen heb mogen ontdekken of stellen. Ik hoop vooral dat ik het wél goed heb gedaan, want de baby- en kindertijd is bepalend voor het verdere leven. Ik heb in ieder geval alles gedaan wat in m’n vermogen lag en ligt en misschien is mijn twijfel nu ook de reden dat ik oudste moeilijk los kan laten en hij zich pampert in mijn aanwezigheid en zorgen voor hem.  De tijd zal het leren. 

Alles bij elkaar, ben ik met het afsluiten van de vakantie en het weer volledig gaan werken, een nieuwe periode begonnen. Als belofte aan mezelf wie ik mag zijn en dat ik wel goed genoeg ben en nu wel durf te zeggen wat mijn behoeftes zijn, heb ik mezelf een tattoo cadeau gedaan. Met m’n hoofd omhoog, sla ik mijn (hummingbird)vleugels uit. Op naar een nieuw begin; een hoopvolle toekomst met een ‘nieuw verenkleed.’ 

Het is goed. 

Abonnementje 

Het begon als proef. Gewoon 2 maanden sporten en dan zou ik wel weer zien. Die 2 proef-maanden zijn inmiddels alweer 3 weken voorbij en ik heb me in een onbewaakt ogenblik laten ketenen aan een abonnement voor 18 maanden. 

De Milon cirkel, weet u nog? Kwam ik de eerste weken nog spugend van de cross-trainer af strompelen, inmiddels sta ik fier rechtop en houd ik alles binnen. Ik wist niet dat een mens op mijn leeftijd nog zo snel vooruitgang kon boeken. Niet alleen op de cross-trainer trouwens, want ook de andere 7 apparaten gaan lekker. Ik zou al naar de 2e fase mogen, maar dat stel ik uit tot een week na m’n vakantie. Niet overhaasten, alles met mate. 

Naast de Milon ben ik gaan wandelen, met als gevolg dat mijn al jaren zeurende achillespezen, zijn gaan rafelen en ontstoken zijn. Daskudt, dus rust is geboden en mijn gespecialiseerde fysio steekt er wekelijks een naald in (waarbij ik gisteren bijna bij van m’n stokje ging). 

Die Milon nog even. Het is een drukte van belang. Uit alle lagen van de Wassenaarse bevolking doet men aan Milon. Ik keek en kijk m’n ogen uit, waardoor de 40 minuten alweer voorbij zijn, voor ik er goed en wel aan begonnen ben. 

Zo heb je de ik-ken-je-alleen-van-de-sportschool sporters. Deze, meestal vrouwen, praten van begin tot eind met de sportschoolbestevriendin– maardaarnaastmoetikernietaandenkenomookcontactmetjetehebben over apparaten heen tegen elkaar, waarbij o.a. ik ongevraagd kan meegenieten van de school prestaties van hun prinsesjes of de studiekeuze van nichtjes en/of neefjes. Doe dat niet. 

Dan de ik-ga-wel-sporten-maar-behang-me-eerst-met-zoveel-mogelijk-goud sporters. Dit zijn vrouwen die nóg ouder dan mij zijn en echt waar, grote gouden oorbellen in hebben, meerdere gouden armbanden om hebben en de kettingen om hun hals een goed alternatief bieden om je te verhangen aan, jawel, de cross-trainer. Waarom?! 

Ook de ik-ga-wel-sporten-maar-houd-gewoon-alles-lekker-aan sporters. Maandag nog: een meneer op leeftijd die volledig gekleed in pantalon, blouse en spencer (we zitten tenslotte wél in Wassenaar hé!) zijn 2 rondjes trok langs de Milon apparaten. Ik heb geen zweet gezien bij de beste man en daar ben ik nu nog steeds verbaast over. Zou hij wel een hart hebben, denk ik nu. 

De ik-ga-sporten-en-mijn-longen-sporten-mee sporter. 2 keer was ik gelijk met de roggelende meneer aan het Milonnen en ik werd er met de minuut onpasselijker van. Hoe verder hij in de cirkel kwam, hoe meer en harder hij begon te roggelen. Totaal ongegeneerd, zonder hand voor de mond -oh gruwel- de ganse longinhoud los laten komen en net doen of je gek bent. Ik trok m’n handdoek een keertje extra over het apparaat als hij eraf kwam. Bah.

De ik-ben-al-87-maar-wil-100-worden sporter. Deze alleraardigste mevrouw Milon-cirkelt op haar oude dag als een hinde in bronstijd waar ik alleen maar met groot respect naar kan kijken. Ze is ook nog eens heel vriendelijk en gemanierd (graait niet in haar kruis om alles weer recht te leggen, als ze van de fiets stapt) waarbij haar haar in de juiste positie blijft door minstens een halve flacon hairspray. Een lieverdje vind ik deze dame en ik teken ervoor er ook nog zo bij te lopen en te sporten als ik de 87 haal. 

Ach ja, de zien-jullie-mij-eens-even-mega-gemotiveerd-en-goed-bezig-zijn sporter. Dit zijn de vrouwen vlak voor hun meno pauze. Ze hebben strakke pakjes aan, met matchende strakke shirtjes en gymschoenen uit de laatste collectie. Het jammere is dat ze, met het lawaai wat ze voortbrengen meer lijken op een bevallende olifant dan op de altijd jong willen blijvende vrouw van ruim 40. Ik snap niet waarom je hele lijf moet bewegen als je op de fiets zit en je je het snot voor de ogen fiets met slechts 75 watt op de teller. Doe normaal. Ik reanimeer je niet als je eraf valt door zoveel aanstellerij. 

Maar ook de ik-kwam-voor-2-maanden-maar-blijf-nog-anderhalf-jaar-minstens sporter. En, lieve mensen: That’s me! Ik heb inmiddels de smaak zo goed te pakken, dat ik het mijn lijf en brein gun om gezonder te worden en te blijven. Zusdus riep dat je van niet bewegen op je oude dag heel erg dement kan worden, en die woorden echoën nog steeds na in mijn brein. Het zal mij niet overkomen. Maar niet alleen daarom. Ik gun mezelf om tijd te nemen voor mezelf en na de vakantie wil ik naast het Milonnen ook eens kijken of 1 van de 4 verschillende yoga-lessen iets voor mij is. Ben alleen niet zo’n groepjesmens, maar ach. 

Voor het zover is, gaan de Verloofde en ik vrijdag eens uitgebreid met vakantie en hijs ik dit goddelijke Milon-lijf in bikini. 

Ndaaaaag! 🌸

Onverwachte ontmoeting


Voorzichtig sluit ik het zware toegangshek en loop over het pad naar de plek waar ik je altijd tref. Tot mijn verbazing ben je niet daar, maar zie ik je zitten op het bankje achterin en omdat ik er niet eens heel erg van schrik, loop ik naar je toe en druk een kus op je hoofd. ‘Ha lieverd,’ zeg je zacht, ‘wat fijn dat je er bent.’ 

‘Hai mams,’ fluister ik en voorzichtig ga ik naast je op het bankje zitten. Het is rustig en sereen stil op de begraafplaats. De vele regen van de laatste paar weken, laat z’n sporen na. Als ik om me heen kijk, zie ik padddestoelen, vroege herfstbladeren en eikeltjes op de grond liggen. De lucht is vochtig en het ruikt muf. Een beetje een dooie boel, hoe ironisch. De zomer was nauwelijks begonnen en zonder laatste oprisping gaat ze naadloos over in de herfst. 

Ik schuif nog dichter naar je toe en neem jouw beide handen in die van mij. Ze zijn onverwacht warm, waardoor jij eerder mijn handen warmt dan ik die van jou. ‘Hoe is het nu met je mams?’ Ik verwacht een ‘ach kind, goed hoor,’ zoals je altijd zei, omdat je bijna nooit echt vertelde hoe het met je ging. Maar nu geef je op de jouw oh zo bekende manier kordaat antwoord: ‘het gaat goed! Het was even een omschakeling, maar ik ben blij dat ik de juiste keus gemaakt heb. Voor geen goud zou ik meer terug willen, behalve dan zoals nu, om te zien hoe het met je gaat. Dus vertel eens, hoe gaat het nu met jóu?’ Ze kijkt me indringend aan. ‘Oh ja en voor ik het vergeet, je moet de groeten van papa hebben.’ ‘En van oma!’ 

Ach mam, ik ben hier vandaag niet zomaar hé. Je zou 83 geworden zijn en dus is dit alweer de 3e keer dat we je verjaardag herdenken zonder jou.’ Ik kijk naar je gezicht, wat me zo dierbaar is. Je haar, eindelijk grijzer geworden, maar nog steeds in hetzelfde model: kort. Lang haar vond je lastig en ik ken je alleen met kort haar. Als wij het ooit langer hadden, was je altijd zeer opgewekt als we het weer korter hadden laten knippen. 

‘Vertel, hoe is het met je,’ dring je aan en je knijpt daarbij in m’n handen om je woorden kracht bij te zetten. ‘Het gaat steeds beter met me mam. Ik mis je natuurlijk, dat wel. Maar meer nog dan dat ik jou mis, mis ik het om geen ouder(s) meer te hebben. Een van de eerste dingen die ik dacht toen je net was overleden was, “nu moet ik het zélf doen!” Raar natuurlijk, maar ook wel waar. Begrijp me goed mams, ik gun je de hemel meer dan de aarde, maar het was wel erg plotseling hé?’ Ik slik en voel tranen opwellen in m’n ogen. ‘Kindje, kindje toch,’ troost je en samen zijn we stil.

Zal ik je vertellen van mijn therapie en dat ik me met de PMA door 25 jaar huwelijk heb heen geworsteld? Dat er ook veel momenten zijn geweest dat ik terug ging naar mijn kinder-, en babytijd? Zal ik je vertellen dat ik begrijp waarom papa en jij ons hebben opgevoed, zoals jullie ons hebben opgevoed en dat dit 100% het gevolg was, van je eigen dramatische jeugd? Je vader verliezen als je 13 bent, van school gehaald worden en moeten gaan werken, heeft je gevormd tot de vrouw en moeder die je was. En laten we voor jou en papa de oorlog niet vergeten! Kinderen waren jullie, nog niet eens tieners. En toch kan ik zeggen dat ik een goede jeugd gehad heb, maar ach, had ik toen maar geweten wat ik nu weet mam! 

Zal ik je vertellen dat ik veranderd ben? Dat ik nu wel grenzen durf te stellen; mezelf belangrijk mag vinden en dus ook ‘nee’ kan zeggen? Zal ik je vertellen dat Onslow zich eindelijk rustig houdt, maar zijn gedrag en mijn onmacht om er tegenin te gaan, wel de oorzaak was van m’n PTSS. Zal ik je vertellen dat ik steeds vaker weer blij kan zijn en dat eigenlijk niets er toe doet, behalve weten dat de toekomst alleen maar mooier kan worden? 

Onze ogen ontmoeten elkaar en ik druk een kus op je wang. Ik wil je vertellen van de jongens en dat het goed met ze gaat. Ik wil je vertellen dat de liefde die ik nu ken, voor altijd is. Ik ben zo blij dat je Michel hebt ontmoet, zodat hij kan delen in mijn verleden. Je zag dat het goed was en dat hij in niets op Onslow lijkt. Want dat mams, is het echt. Het is meer dan goed zelfs: liefde die het verstand te boven gaat, we koesteren ons aan elkaar en delen dezelfde toekomst. Hij en ik, wij gaan een liefdevolle toekomst tegemoet. 

‘Het gaat goed met me mam,’ zeg ik, ‘je mist eigenlijk niets hier.’ 

‘Ik weet het kind, ik weet alles,’ zeg je, terwijl je ogen langs m’n gezicht gaan. ‘Houd vast wat je hebt, opdat niemand je kroon neemt,’ zeg je met een glimlach. ‘Mam toch, die heb je niet van jezelf,’ zeg ik en veeg met een zakdoek de tranen van m’n wangen. ‘Ik houd van je mam.’ ‘Ik weet het kind, ik weet het, dat verandert nooit. Ik houd ook van jou.’

Met onze armen om elkaar heen zitten we tijdloos op het bankje achterin op de begraafplaats. Als ik langzaam weer rechtop ga zitten en om me heen kijk, merk ik dat ik alleen ben. De lucht is vol van liefde en er is rust in m’n ziel. Ik pak m’n tas en sta op. Langzaam loop ik de begraafplaats over naar de plaats waar papa en jij begraven liggen. Het olielampje brandt en de vlam brandt ontstuimig, alsof de wind er dicht langs waait. Jullie in goud geschreven namen lichten op door de zon die door de bomen haar laatste stralen van de dag geeft.

‘Dag mam, tot de volgende keer. De groeten terug aan papa. En aan oma!’ 

Zonder jou


Nog een beetje dichterbij schuif ik. Zo goed en kwaad als mogelijk is, druk ik mijn bovenlichaam tegen het bed aan, op zoek naar zoveel mogelijk lijf van jou. Het lukt me om mijn hoofd op jouw schouder te leggen, halverwege je borst en zo blijf ik liggen in de hoop dat de tijd stil kan staan en dit moment voor altijd zal duren. Mijn hand heeft jouw arm vast, alsof ik bang zou zijn dat je zomaar weg zal gaan. Je handen liggen warm onder de deken op het bed. Jouw sterfbed. 

De laatste weken overvallen deze beelden me steeds meer. De laatste dag met jou mama, die zo abrupt kwam dat niemand van ons zich daarop voorbereid had. Vanaf het moment dat ik hoorde dat je was opgenomen toen de dag nauwelijks een paar uur oud was, en je je niet wilde laten opereren (‘maar mevrouw, dan gaat u dood,’ sprak de arts ten overvloede) wisten we allemaal dat dit het moment was, dat we na papa, ook jou zouden moeten gaan loslaten. 

Als er íets was, wat jij nooit gedaan hebt, dan was het mij loslaten. Vooral de laatste anderhalf jaar van je leven, heb je me vastgehouden zoals alleen een moeder dat kan. Je liet je zorgen om mij zien, iets waar je nooit goed in bent geweest. Emoties uiten vond je moeilijk, wat niet betekende dat je het kaas van je brood liet eten, maar er over praten deed je pas na het overlijden van papa. 

En toen ineens lag je daar. Bijna triomfantelijk en met je voeten over elkaar. Nog helder genoeg om van ons allemaal afscheid te kunnen nemen. De morfine deed zijn werk en deed de pijn van het verbloeden verlichtten. En terwijl we om je bed zaten bood je zelfs nog je excuus aan, voor alles wat je niet goed had gedaan. Ach mama! Je hebt gedaan wat je kon, met al jouw littekens van het leven, jouw verdriet en alles wat het leven jou gegeven had! Ik had nooit een andere moeder willen hebben dan jou en vertelde je dat ook. 

Is het raar dat ik die laatste uren van jouw leven mis? Op het bed naast jouw sterfbed ligt mijn zus en het is sereen stil in de kamer. Onze 3 ademhalingen versmelten in elkaar en zijn één. Konden we ooit dichterbij jou en elkaar zijn als tijdens deze uren? Ook al ben je niet meer aanspreekbaar, je bent er nog, want zolang er een ademhaling is, is je geest nog aanwezig. Ik lig met mijn hoofd dicht tegen je aan. Je warme lijf, waaruit het leven langzaam wegstroomt tot het moment dat het hart geen bloed meer heeft om rond te pompen. 

De dagen erna hadden we jouw dode lijf nog om aan te raken en van te houden, tot we jou hebben begraven op 11 december. Precies 60 jaar na je verloving met papa. Precies 1 jaar na mijn scheiding. 

Nu 2,5 jaar later had ik je nog zoveel willen vragen. Tijdens m’n PMA sessies komt er veel naar boven, wat lastig is een plek te geven. Het teruggaan naar het allereerste begin is bijzonder en heftig en vaak begrijp ik de beelden niet die ik herbeleef. Het aan jou vragen kan ik niet, want je bent er niet meer. 

Kon ik nog maar even terug naar die laatste uren. Dicht tegen jou aan, zonder woorden antwoorden krijgen die ik nu zo nodig heb. 

Ik mis je. 

De kat

Vandaag werd hij opgenomen. Toen ik gisteren met het ziekenhuis belde waar hij verbleef, kon ik uit de gekregen informatie opmaken dat het geen ‘zorgzware patient’ betrof, maar een man die bij ons een korte opname nodig heeft, voor hij terug kan naar zijn eigen leefomgeving. 

Vlakbij de afslag Ikea bij Delft, kreeg hij een week geleden ineens klachten. Gruwelijk beroerd werd hij en alles wees op een herseninfarct. Zijn zus die naast hem zat, had het snel in het snotje. De auto werd aan de kant gezet en112 werd gebeld. De ambulance kwam en meneer werd pal tegenover de Ikea ingeladen en meegenomen naar het dichtstbijzijnde ziekenhuis. 

Achterin de auto zat de moeder van de broer en zus, 85 jaar oud met op schoot hun hoogbejaarde terminale kat. Ze waren met z’n allen op weg naar de dierenarts om het bejaarde beestje in te laten slapen. 

Zus en moeder reden achter de ambulance aan naar het ziekenhuis, alwaar de zus heen en weer rende tussen de SEH en de moeder achterin de auto. Met nog steeds de bijna dode kat op schoot. Broer en zoon moest opgenomen worden, want de klachten bleken inderdaad een herseninfarct te zijn. 

Na een aantal uur konden zus en moeder naar huis. De dierenarts was inmiddels gesloten, zodat het doodvonnis voor de terminal kat werd uitgesteld. Een dag later is het beestje alsnog vredig ingeslapen, in het bijzijn van de zus en de moeder. De zoon was er niet bij, want die lag met een vers herseninfarct nog in het ziekenhuis. De crematie van de dode kat werd daarom uitgesteld.

Vandaag werd de broer opgenomen bij ons. Moeder van 85 en de zus waren present en begeleidden hem zijn eerste dag bij ons. Broer woont nog bij moeder in huis en het is belangrijk dat familie die dichtbij staat nauw betrokken is bij het revalidatieproces. 

Zus en moeder haalden hem op uit het ziekenhuis en brachten hem naar ons centrum. Met achterin de auto, de dode kat. Er was immers nog geen afscheid genomen door de zieke broer, dus de kat lag al bijna een week als kadaver te wachten tot broer zijn neus ook nog een keer in de vacht kon drukken. Vandaag was het zover. 

Aangekomen bij ons centrum, schuifelde de broer naar de kofferbak van de auto. Hij nam afscheid van het beestje en de kofferbak werd weer gesloten. Broer liep met moeder en zus naar de afdeling waar onze huishomo K zich over hem en zijn bizarre kattenverhaal ontfermde. 

De kat is vanmiddag in stilte gecremeerd.