Veestapel

Vanmorgen las ik op Twitter via zusdus dit zielige verhaal over een hamster. Ik kan er niets aan doen, maar ik lag blauw. Van het lachen welteverstaan, ja sorry. Per omgaande had ik een deja vu naar april vorig jaar, toen mijn eigen Marie-Antoinette een jammerlijke dood stierf. Dat Marie nog zo oud is geworden, mag een Godswonder heten, want erg handig was ze niet en met gemak had ze de 2,5 jaar niet eens gehaald als het aan haar had gelegen. Zo heeft de buurman ooit bij het krieken van de dag om 6 uur, haar achterpoot los staan wrikken omdat ze die in 2 bochten om een tralie had geslagen. Ik stond erbij en keek er niet naar. 
Vanaf dat ik me kan herinneren ben ik altijd omringt geweest met huisdieren. De enige jaren dat we geen huisdieren hadden waren de paar jaar tussen Tommy de vuurvleugelparkiet en Davy de Yorkshire terriër in. 

Tommy was een zeer tamme vuurvleugelparkiet. Een beschermde diersoort en achteraf snappen we ook waarom. Tommy was selectief tam. Zusdus en ik konden alles met hem doen, hij vond het best en sliep zelfs in onze handen tot die nat en plakkerig waren. Tommy was erg op ons gesteld en wij op hem. Tommy had een hekel aan het dagelijkse geld tellen van m’n vader, wat hij na het werk altijd deed. Als Tommy de kans kreeg, rende hij over tafel naar hem toe en beet hem dan furieus in zijn vingers. M’n vader, zat geworden van deze acties, haalde een keer flink uit, waardoor Tommy total flabbergasted tegen de kast belandde en de rest van avond dizzy voor/achter zich uit heeft zitten kijken… in onze handen. Hij heeft het nooit meer gedaan. Omdat Tommy alleen met zusdus en mij een hechte relatie had en de rest van het gezin zowat opvrat, moest hij weg. Oudste zus had in no time een nieuw adres gevonden voor hem en daar ging Tommy heen. Zusdus en ik hebben een week hardop lopen weeklagen, waarop m’n ouders zeiden dat ze niet wisten dat we zó gek op het beestje waren. 

Scotty onze boxer hadden we van m’n 4e-14e jaar. Een geweldige hond die ik de laatste jaren van zijn leven trouw uitliet, omdat m’n broer er de brui aan gaf. Zijn halsband heb ik jaren na zijn dood bewaard op m’n kamer, toen hij door keelkanker met een discreet spuitje naar de eeuwige groenen velden werd geholpen. Ach ja, Scotty…

Och Joris mag ik niet vergeten! Na Scotty kwam Joris. Zusdus en ik doopten hem in eerste instantie Kloris, maar dat kreeg m’n moeder niet uit haar strot: Joris werd het en bleef het. Joris was onze eerste vogel en tam. Hij was zelfs zo tam dat hij de kat van de buren niet als gevaar zag, toen die ons huis binnensloop en hem van de hor voor har raam trok en doodbeet. Kudtkat. Daarna kwam Tommy, waar jullie het eind al van weten inmiddels. 

Wimpie was m’n eerste hamster. Ik liet hem dagelijks lopen buiten z’n kooi en heb hem diverse malen van de zolder moeten halen. Wimpie liep trap met een snelheid waar m’n oma destijds jaloers op was. Wimpie heeft na zijn oog-amputatie (dat bedoel ik; sommige huisdieren waren heel onhandig!) nog een jaar geleefd en volgens mij ook best nog in redelijke staat van gelukzaligeheid ondanks dat ene oog. 

Wat nog meer? Een schildpad. M’n broer had een schildpad en als het dier weer eens was ontsnapt, konden zusdus en ik op onze knieën de tuin door om het beest te zoeken. Muizen, wandelende takken, vissen, noem het op en wij hebben het in huis gehad. Vandaar mijn liefde voor dieren. Ik kan niet zonder en moet altijd iets om me heen hebben om voor te zorgen en vooral, van te genieten.

Ook tijdens m’n huwelijk hebben we altijd huisdieren gehad, met als hysterisch hoogte-, en dieptepunt Denzel. Ik kan er nog om janken en dat doe ik dan dus ook maar. 

De ellende van het hebben van huisdieren is, dat ze doodgaan. Ik dacht soms dat het aan mij lag, als ik weer een hamster stond te begraven in de duinen en gepast een minuut stil was na de ter aarde bestelling. De rat die in de schuur zat toen het riool open ging een paar straten verderop, schoot Onslow door het rattenhoofd. Die hebben we trouwens niet begraven in de duinen maar opgebaard in de groene kliko. Er zijn grenzen hé!? 

Nu geniet ik van Tippie Wan. Het gaat goed met hem en voorzie een lang leven en veel gezelligheid van m’n pastel parkiet. De verloofde sprak van de week de magische woorden: ‘ik denk dat wij een hond moeten nemen als we in Gnoe-zicht wonen.’ De schat, ik ga hem houden! Dat deed ik al, maar nu helemaal! En een hond is altijd beter dan een slang die we gratis ende voor niets dachten meegenomen te hebben uit Jamaica.

Advertenties