Gendergeneuzel

De media staat er bol van en ik inmiddels ook. Nederland gaat plotseling massaal krampachtig genderneutraal doen. Her en der klinkt er enthousiast applaus: ‘eindelijk!’ Dat applaus is volgens mij van een handje vol mensen die uitzien naar een nieuwe hype en een aantal bij wie dit echt speelt. Nog geen 1 vinger aan 2 handen wat aantallen betreft. En ik vind er wat van.

De gemeente Amsterdam en de NS hebben reeds trots laten weten, mannen en vrouwen neutraal te zullen gaan aanspreken. Ik kijk met grote ogen en denk alleen maar ‘hoe idioot is dit?!’ Dat je je niet thuis voelt in je lijf en van geslacht wil veranderen is inmiddels een geaccepteerd gegeven waar een beetje zorgverzekering ook niet meer moeilijk over doet. Na zo’n heel traject ben je of man, of vrouw. Er wordt niemand getransformeerd in een ‘het’. Of een ‘hen,’ zoals de vrouwman die gisteren bij Beau v ED aan tafel zat. Voelt zich geen man en geen vrouw en wil aangesproken worden als ‘hen.’ Ik zag een kuiken aan tafel zitten en dacht alleen maar: ‘voer voor de psychiater.’ ‘Hen’ is reuze gelukkig dat Nederland de omslag aan het maken is naar genderneutraal, het kan ‘hen’ niet ver genoeg gaan. M’n genderneutrale broekrok zakte er van af. Waar gaat het over! Hoe dan ook, er staat in je paspoort dat je of man, of vrouw bent, of niet soms? 

Als kind klom ik in bomen, liep de meeste tijd met kapotte knieën, speelde met auto’s en kreeg die ook voor m’n 4e verjaardag, terwijl twinsis een pop cadeau kreeg. M’n eerste pop kreeg ik toen ik 12 was, omdat deliefsteomavandewereld alle kleindochters al ruim voor die leeftijd een pop cadeau gaf. Ik had een hekel aan jurkjes en rokken (nog steeds trouwens) en kleedde me het liefst zo stoer mogelijk. Geen kantjes, bloemetjes of andere specifieke meisjes toestanden voor mij. En niemand had er iets van, of trok bezorgd de wenkbrauwsels op en opperde een hormoonkuur met aansluitend een operatie. 

De verloofde vroeg gisteren, terwijl ik me zat op te winden over bovenstaande, of ik liever een jongen was geweest. ‘Ja,’ riep ik zonder twijfelen. Als jongen houdt de lichamelijke ellende wel zo’n beetje op als je je gebit gewisseld hebt, bij meisjes begint het dan pas. Je wordt ongesteld en iedere maand dat slagveld had me gestolen kunnen worden. Na het al dan niet baren van een paar koters, blijf je vervolgens ongesteld tot je 50e. Gelukkig heb ik daar niet heel veel last van, want ik heb sinds jaar en dag een pogostokje met hormonen, wat helaas weer nodig was voor de schade van het dragen en baren van de koters (bekkeninstabiliteit). 

Nu net na m’n 50e jeziethetniet komt daar het volgende om de overgangshoek kijken: opvliegers. Op de meest onmogelijke momenten verandert mijn lijf in een Armageddon, waar de vlammen ongecontroleerd uitslaan. Klam en zweterig in 0,8 seconden. Echt, ik kan er records mee verbreken. Maar vooral, hoe onhandig en onnodig wat mij betreft. Stel dat dat ooit nog over gaat, dan gaan m’n botten ontkalken en begin ik af te breken. 

De verloofde was het er niet mee eens. Hij moet zich als man tenslotte scheren en dat is ook een kudtklus. ‘Objection,’ riep ik, ‘ik scheer me ook het ongans, omdat ik je anders openhaal met m’n benen tegen die van u aan,’ en trok daarbij een triomfantelijk genderneutraal hoofd. Ik vind het prima dat ik vrouw ben, het ís gewoon zo dus ik heb daar nooit over nagedacht of een probleem van gemaakt. Werken heb ik ook altijd gedaan, slecht een paar jaar minder uren toen de jongens geboren werden, maar al snel was ik de kostwinner en zat Onslow met een zeer scrota op bank ziek te zijn. 

Maar goed, Nederland gaat genderneutraal worden en slaat daarmee aan alle kanten door. Nederland verandert en ik wind me erover op. In plaats van onze zorgen te maken over zaken die er écht toe doen, zoals het poolijs wat in rap tempo verdwijnt en eigenlijk alles in de natuur wat dood gaat en/of verdwijnt en niet of nauwelijks meer te herstellen is, maakt Nederland zich druk over genderneutraal zijn. Als we doorgaan zoals nu, zijn we over een aantal jaar inderdaad hartstikke genderneutraal. Hoera! Maar wat hebben we aan genderneutraal als de aarde niet meer bewoonbaar is, omdat we die al dan o-zo-hoera-heerlijk-applaus-gewenst genderneutraal om zeep hebben geholpen! 

Ja mensen, wáár maken we ons druk om?! 

Advertenties

Wezenloos

Wezenloos. Zo voelde ik me en zat ik erbij toen we eindelijk weer thuis waren. De dag waar we al maanden naar toe hadden geleefd, was heerlijk geweest. Eindelijk een keer neven en nichten, een oom en tante zien zonder dat er iemand begraven wordt, was een dag geworden met een gouden rand. 

Je kent het wel, tijdens een begrafenis wordt vaak gezegd dat we elkaar vooral snel weer eens moeten zien. En vervolgens komt het er nooit van en zie je elkaar weer bij een volgende begrafenis. In april stemden ik met m’n zussen een zaterdag in juli af, die we daarna de familie inslingerde voor iedereen die ook mee wilde. Het liep meteen storm en binnen de korste keren waren 22 van de 30 plaatsen in de boot bezet. M’n neef zou onze gids zijn, succes gegarandeerd dus. Vandaag waren alle 30 plaatsen bezet, met slechts 4 mensen die voor hun, volkomen onverwacht onderdeel werden van onze familiedag. 

Naardermeer!
  We zouden een rondvaart gaan maken op de Naardermeer. M’n lieve moeder en haar broers en zussen zijn daar geboren en opgegroeid, omdat m’n opa er opzichter is geweest. Ze kende de meer als haar broekzak; groeide op als kind van de natuur en kende grote getalen vogels, bloemen, bomen bij naam. Neef Jaap stuurde de fluisterboot behendig langs het riet. Hij informeerde ons van zaken waar ik geen weet van had en ondertussen kletsten we honderduit met nichtjes die ik al jaren niet gesproken had. 
De Verloofde met de jongste broer van m’n moeder

De rondvaart zelf bestond voornamelijk uit riet. Waar je ook keek: riet. Riet all over the place. En water natuurlijk. Het bijzondere was dat ik even daar was, waar mijn moeder als kind altijd was. Dat was fijn. De uitleg van de eendenkooi en hoe dat in zijn werk ging, was interessant. Toch nog iets geleerd!

De eendenkooi

Na afloop dronken we nog wat met elkaar en na het afscheid opperde ik zusdus dat ik graag nog even langs Kooilust wilde rijden: het huisje waar mama geboren en opgegroeid is. We reden de dijk over naar het huisje en werden direct opgemerkt en herkend door de huidige bewoners. 
Voor we het wisten stond ik met zusdus in de achtertuin bij de appelboom. (Onze mannen wachtten in de auto.) Een aantal jaar geleden was ik daar met mama, toen ik haar meenam naar haar ouderlijk huis, waar ze 60 jaar niet naar terug was geweest. Mama wist alle details nog die middag, toen ze onverwacht weer in het huisje was waar ze veel goede maar ook heel verdrietige dingen heeft meegemaakt. Nu was ik terug met m’n zus en stonden we bij de achterkant van het huisje. Ik zag mama weer bij de tuintafel staan en ik zag mezelf weer de foto’s nemen terwijl ze bij de appelboom stond en genoot van het onverwachte bezoek aan haar geboortehuis. 

Mama bij haar geboortehuis
Ik zag haar en ik voelde haar, maar ze was er niet. Zo dichtbij haar, maar vooral zover weg. Zonder mama daar zijn, het klopte niet, maar ik kon er niets aan veranderen. 
’s Avonds naast de Verloofde kwamen de tranen. Het was een fijne dag, maar er miste iets. Er miste íemand. Mama had nog veel meer kunnen vertellen over de Naardermeer dan mijn neef had gedaan. Gelukkig zijn er nog wel haar verhalen over ‘de meer.’ Verhalen die gisteren toch even tot leven mochten komen, omdat ik dáár kon zijn waar mama heel vaak was. 

Het was een fijne dag. 

Veestapel

Vanmorgen las ik op Twitter via zusdus dit zielige verhaal over een hamster. Ik kan er niets aan doen, maar ik lag blauw. Van het lachen welteverstaan, ja sorry. Per omgaande had ik een deja vu naar april vorig jaar, toen mijn eigen Marie-Antoinette een jammerlijke dood stierf. Dat Marie nog zo oud is geworden, mag een Godswonder heten, want erg handig was ze niet en met gemak had ze de 2,5 jaar niet eens gehaald als het aan haar had gelegen. Zo heeft de buurman ooit bij het krieken van de dag om 6 uur, haar achterpoot los staan wrikken omdat ze die in 2 bochten om een tralie had geslagen. Ik stond erbij en keek er niet naar. 
Vanaf dat ik me kan herinneren ben ik altijd omringt geweest met huisdieren. De enige jaren dat we geen huisdieren hadden waren de paar jaar tussen Tommy de vuurvleugelparkiet en Davy de Yorkshire terriër in. 

Tommy was een zeer tamme vuurvleugelparkiet. Een beschermde diersoort en achteraf snappen we ook waarom. Tommy was selectief tam. Zusdus en ik konden alles met hem doen, hij vond het best en sliep zelfs in onze handen tot die nat en plakkerig waren. Tommy was erg op ons gesteld en wij op hem. Tommy had een hekel aan het dagelijkse geld tellen van m’n vader, wat hij na het werk altijd deed. Als Tommy de kans kreeg, rende hij over tafel naar hem toe en beet hem dan furieus in zijn vingers. M’n vader, zat geworden van deze acties, haalde een keer flink uit, waardoor Tommy total flabbergasted tegen de kast belandde en de rest van avond dizzy voor/achter zich uit heeft zitten kijken… in onze handen. Hij heeft het nooit meer gedaan. Omdat Tommy alleen met zusdus en mij een hechte relatie had en de rest van het gezin zowat opvrat, moest hij weg. Oudste zus had in no time een nieuw adres gevonden voor hem en daar ging Tommy heen. Zusdus en ik hebben een week hardop lopen weeklagen, waarop m’n ouders zeiden dat ze niet wisten dat we zó gek op het beestje waren. 

Scotty onze boxer hadden we van m’n 4e-14e jaar. Een geweldige hond die ik de laatste jaren van zijn leven trouw uitliet, omdat m’n broer er de brui aan gaf. Zijn halsband heb ik jaren na zijn dood bewaard op m’n kamer, toen hij door keelkanker met een discreet spuitje naar de eeuwige groenen velden werd geholpen. Ach ja, Scotty…

Och Joris mag ik niet vergeten! Na Scotty kwam Joris. Zusdus en ik doopten hem in eerste instantie Kloris, maar dat kreeg m’n moeder niet uit haar strot: Joris werd het en bleef het. Joris was onze eerste vogel en tam. Hij was zelfs zo tam dat hij de kat van de buren niet als gevaar zag, toen die ons huis binnensloop en hem van de hor voor har raam trok en doodbeet. Kudtkat. Daarna kwam Tommy, waar jullie het eind al van weten inmiddels. 

Wimpie was m’n eerste hamster. Ik liet hem dagelijks lopen buiten z’n kooi en heb hem diverse malen van de zolder moeten halen. Wimpie liep trap met een snelheid waar m’n oma destijds jaloers op was. Wimpie heeft na zijn oog-amputatie (dat bedoel ik; sommige huisdieren waren heel onhandig!) nog een jaar geleefd en volgens mij ook best nog in redelijke staat van gelukzaligeheid ondanks dat ene oog. 

Wat nog meer? Een schildpad. M’n broer had een schildpad en als het dier weer eens was ontsnapt, konden zusdus en ik op onze knieën de tuin door om het beest te zoeken. Muizen, wandelende takken, vissen, noem het op en wij hebben het in huis gehad. Vandaar mijn liefde voor dieren. Ik kan niet zonder en moet altijd iets om me heen hebben om voor te zorgen en vooral, van te genieten.

Ook tijdens m’n huwelijk hebben we altijd huisdieren gehad, met als hysterisch hoogte-, en dieptepunt Denzel. Ik kan er nog om janken en dat doe ik dan dus ook maar. 

De ellende van het hebben van huisdieren is, dat ze doodgaan. Ik dacht soms dat het aan mij lag, als ik weer een hamster stond te begraven in de duinen en gepast een minuut stil was na de ter aarde bestelling. De rat die in de schuur zat toen het riool open ging een paar straten verderop, schoot Onslow door het rattenhoofd. Die hebben we trouwens niet begraven in de duinen maar opgebaard in de groene kliko. Er zijn grenzen hé!? 

Nu geniet ik van Tippie Wan. Het gaat goed met hem en voorzie een lang leven en veel gezelligheid van m’n pastel parkiet. De verloofde sprak van de week de magische woorden: ‘ik denk dat wij een hond moeten nemen als we in Gnoe-zicht wonen.’ De schat, ik ga hem houden! Dat deed ik al, maar nu helemaal! En een hond is altijd beter dan een slang die we gratis ende voor niets dachten meegenomen te hebben uit Jamaica.

Papa


Vandaag is het 9 jaar geleden dat mijn lieve vader overleed. Zijn overlijden en afwezigheid hebben hun plek gevonden. De eerste maanden was ik compleet van m’n sokkel door zijn plotselinge overlijden. In die periode schreef ik m’n eerste blogs (toen nog op Hyves) die ik bewaard heb en gisteren weer eens doorlas. 

21 juni 2008 werd hij opgenomen in het ziekenhuis en schreef ik het volgende: 

Sinds een paar weken is mijn vader aan het krak en mikken. Valt van zijn benen, zijn tenen staan haaks aan zijn voeten -doen ze anders nóóit…- heeft zenuwpijn en doorlopend krampen waardoor z´n knieën z´n neus herhaaldelijk toucheren. Hij kan met z´n ogen geen voorwerpen volgen, ziet ernstig dubbel en kan niet goed meer lezen. Hij is ziek. Wat mij betreft, niet gewoon ziek, maar echt heel erg ziek. Zo ziek dat ik, toen ik met mama hem ging bezoeken ins hospitaal ik meteen doorscheurde naar het mortuarium; ik had één afslagje te vroeg genomen en moest een afslag verder hebben om op het parkeerterrein te komen. Foutje. Pa moest er wel om lachen toen ik het vertelde, zo ziek is ie ook weer niet.

Maar zo ziek was hij wél, want zijn toestand vloog in luttele dagen tot ieders verbijstering achteruit.

28 juni 2008:

Gisterenavond is papa overgeplaatst naar het UMC Utrecht. Daar heeft hij en m´n zus 5(!) uur op een arts moeten wachten. Dat is heel lang, hij werd tenslotte niet voor zijn zweetvoeten overgeplaatst…

Zijn toestand verslechterde, 40 C koorts en even na middernacht hebben ze hem geintubeerd en overgeplaatst naar de IC. Daar kreeg hij een hartstilstand en is gereanimeerd met ´succes´. Hij is er nog. Wij zijn gebeld om 2 uur en ik ben naar papa gegaan. Hij was kritiek en we moesten rekening houden dat hij zou sterven. Hij ligt geïsoleerd op de IC. 

Om 7 uur zijn ze hem gaan koelen om de neurologische schade na de reanimatie zoveel mogelijk te beperken. Hij heeft nu een temp van 33 graden. Maar goed dat ie het niet weet: hij heeft een hekel aan kou… Zijn lab.uitslagen zijn erg slecht, zijn nieren kunnen dit niet aan, hij plast niet en de afvalstoffen kunnen dus zijn lichaam niet uit. Vanmiddag is besloten om hem te gaan dialyseren. Naast alle infusen heeft hij ook 3 diepe lijnen, met daaraan ´tig´ infuuspompen en hij heeft een lijn direct in het hart -CVC-. Ze dialyseren hem via de lies. Er is sprake van zeer veel massale spierafbraak, dit is zichtbaar in het bloed.(CK: 51000! Normaal is dit ± 20) Nog steeds weten ze niet wat de diagnose is, het is onbegrijpelijk! Ondertussen begint z’n lever er ook mee te stoppen…

2 dagen later, 30 juni 2008: 

Daar zit ik dan, achter een veel te vies toetsenbordje in het UMC. Als ik binnenkort klachten krijg, dan eerst dit toestsenbord kweken.
Afijn, vannacht bij papa blijven slapen samen met m’n zus. We hebben voor de nacht nog voor elkaar gekregen dat er een ‘niet reanimeren’ beleid is afgesproken. Ze zouden er nl zo weer op springen als ie een hartstilstand zou krijgen. Wij dachten dat er een NR beleid was, maar men vond hem ineens weer ‘te goed’ om het niet te doen. Papa’s temperatuur blijft laag, hij kan niet zelf warm worden; pa’s bloed stolt niet meer, ze hebben vannacht 1,5 liter -oud- bloed uit z’n maag gehaald. De sondevoeding is nu gestopt. Gisteren is de dialyselijn in z’n lies gesneuveld. Ontploft eigenlijk, omdat de filters verstopt waren. Hij heeft nu een nieuwe dialyselijn en op de plek van de vorige lijn heeft 18 uur een klem gestaan omdat hij daaruit bleef bloeden. Ze geven ook aan dat ze bijna met hun rug tegen de muur staan. 

Het volgende was misschien het wel meest bizarre moment, ik zie het nog zó voor me: 

Toen ik gisterenavond bij hem terug kwam gaf ik hem een kus op z’n hoofd en ik schrok. Ik dacht: dit is mijn vader niet, ik sta hier een vreemde man op z’n hoofd te kussen. Ik keek op en zag daar ‘gewoon’ m’n eigen papa liggen. Gek he? Het is onder al die slangen en apparatuur toch echt m’n eigen vader die hier ligt. 2 weken geleden liep ie nog op de camping te keutelen en was er nog niets aan de hand en nu glijdt ie steeds verder weg. We verwachten niet meer dat ie wakker gaat worden, hij wordt slapend gehouden. 

En toen kwam de 1e dag van juli. Een gewone dag en datum, die daarna nooit meer gewoon 1 juli zou zijn. 

1 juli 2008: Vanmiddag om 15.50 is papa overleden in het UMC Utrecht. We zijn heel verdrietig, maar in ons verdriet mogen we zeker weten dat papa ‘thuis’ is bij zijn Hemelse Vader.

Het is nog niet te bevatten en te begrijpen dat papa er niet meer is.
Ik was vanmiddag onderweg naar het UMC met een tas vol kleding om vannacht weer bij papa te blijven met Anne. Marjolein was net naar huis, wij wisselden elkaar af. Toen ik op de afslag UMC reed, belde Anne, dat papa net een ´crisis´ had gehad. De artsen hadden hem er met veel medicatie uit kunnen krijgen, maar papa´s hart redde het niet veel langer meer.

Iedereen is gebeld en om even na half 4 waren we compleet op Onslow na. De artsen hebben eerst de medicatie die het hart ondersteunde gestopt en de beademing verandert in alleen ondersteuning. Papa was zo ziek dat hij direct is overleden toen de infusen uit gingen. Wij waren dicht bij papa en dat voelde erg goed. Ook daarna hebben we de tijd gehad om bij hem te zijn, hem vast te houden, hem te wassen en te verzorgen. Wij wisten dat papa van ons hield en papa wist dat wij van hem hielden; we konden het soms niet vaak genoeg tegen elkaar zeggen als we bij elkaar waren.

Lieve papa, bedankt dat je mijn vader bent geweest en dat ik jouw naam draag! Ik houd van je! 

Het voelt soms nog als de dag van gisteren, omdat de situatie heftig was. Inmiddels zijn we 9 jaar verder en is mama ook overleden. Ik mis m’n ouders, maar het is de natuurlijke gang van zaken. Ik denk in liefde aan hen terug en ben dankbaar dat zij mijn ouders zijn geweest.