Milon!

Na een bevestigingsmail -altijd handig-, en daarna nog 2 herinneringsmails met daarin de vriendelijke doch dringende oproep, om toch vooral maar op tijd te komen, sprong ik vanmiddag ruim 14 minuten voor tijd het healthclub binnen.

Heette het vroeger nog ordi ‘sportschool,’ nee, tegenwoordig trek je daar geen klanten meer mee en al helemaal niet in Wassenaar natuurlijk. Het moet fris en fruitig klinken, met het liefst zoveel mogelijk Engelse termen, quotes en overige tekst. Healthclub dus. En omdat healthclub bij lange na de lading niet dekt, prijkt er de aanvullingen ‘Aerofit’ boven. Ik snap het niet, maar daar gaat het niet om. Het enige wat ik wil, is mijn kadaver in beweging krijgen en beter in mijn mentale en fysieke vel komen te zitten.

Kliefje blogt er al geruime tijden over: de Milon cirkel. Nogal oneerbiedig roept ze dat het bejaardengym is, maar daar doet ze zichzelf ruimschoots te kort mee. Sinds ik vanmiddag bijna spugend van een fiets stapte en ik vlak daarna tekenende en betaalde voor 2 maanden, wil ik het woord bejaardengym niet meer horen. 

Een proefles werd het eerst, want die was gratis en ik ben dol op gratis. De zomeractie begint pas 1 juli, precies op tijd dus om na de proefles me in te schrijven voor 2 maanden Milon-cirkelen. 

Gegevens werden ingevoerd, apparaten ingesteld, bewegingen uitgelegd en nog een keer uitgelegd. Tussen de apparaten en oefeningen door, is het bijna sprinten naar het volgende toestel, want binnen 30 seconden moet je met je lijf en leden weer kant en klaar zitten voor weer een minuut trainen. Alleen op de crosstrainer en de fiets duurt de oefening langer: dan krijg je 4 minuten de tijd om de dood in de ogen te kijken. 

Ja sorry hoor, maar al tijdens de proefles ging het bijna mis. Die fiets gaat nog m’n grootste vijand worden van alle toestellen in die cirkel. Imagine: ik klim op die fiets na al 5 toestellen gehad te hebben en de jonge strakke trainer zegt dat het (ik) wel wat sneller kan. 100 watt is standje beginners, dus 70 omwentelingen per minuut moet dan makkelijk haalbaar zijn. WTF? Ik keek naar het schermpje en kreeg m’n benen niet sneller dan 57 omwentelingen/minuut. Ik zei dat ik niet spugend van die fiets af wilde vallen, dat zou zonde zijn van mijzelf en de proefles zou een voortijdige dood sterven. En dan die 4 minuten! Bij het 2e rondje apparaten zag ik na 67 seconden m’n leven al aan me voorbij trekken. Ik heb de 4 minuten met 2 flinke pauzes volgetrapt, maar dat viel gans niet mee.

Maar toch ingeschreven hé, voor 2 maanden Milon-cirkelen maar liefst. Ik zei de gek. Zaterdag verwachten ze me voor een soort van keuring. Ik had al m’n bedenkingen toen het werd aangeboden, want ik hoorde het woord ‘fietstest’ 2 keer vallen. Dat gaat Soof niet doen natuurlijk. Ik weet dat ik 0,0 conditie heb, dat hoeft er niet nog eens ingetimmerd te worden tijdens een fietstest. Dus die bel ik af morgen. 

Ik heb er zin in. Eind september hoef ik pas in bikini en ik hoop me tegen die tijd ontspannender en beter te voelen en er een snufje strakker uit te zien. In m’n ooghoeken zag ik dat ze ook diverse Yoga lessen hebben, dus er gloort mij een hoopvolle toekomst! Milon-cirkel, here I come! 

Foto: ‘Ja duh,’ Pinterest. 

Advertenties

Tippi-Wan

Helemaal in de gloria ben ik. Sinds vanmorgen 10:52 uur hebben de zoon en ik een baby in da house. We noemen haar Tippie-Wan! (Jaja, naar de moordlustige nanny uit Gooische Vrouwen. Dat belooft wat!) 

Als ik de ruimte had gehad, zou ik een dierentuin in m’n achtertuin hebben. Helaas ontbreekt het mij aan ruimte, geld en kennis om een hele veestapel in leven te houden. Wat wel lukt is het kleinere spul. Om jullie geheugen op te frissen: Marie-Anthoinette mijn dwerghamster die 2,4 jaar oud mocht worden en vorig jaar april is bezweken aan een wangzakverzakking. Triest ja, ik ben er pas sinds kort overheen. 

Vlak na het overlijden van mama, nam ik 2 forpussen in huis. Kiwi en Lani, prachtige beestjes en ze zouden niet of nauwelijks geluid produceren. Dat is fijn, want ik kan slecht tegen gekrijs en geschreeuw van wie dan ook, dus ook niet van vogels. Kiwi en Lani hadden het reuze naar hun zin: ze vlogen los zodra ik thuis kwam en hadden hun eigen hoekje met klimgerei en speeltjes voor het raam. Grote kooi waar ze in konden verdwalen en zelfs een rondje in konden fladderen. 

Kiwi was semi-tam, die kon ik nog wel pakken als het nodig was. Lani niet. Die sperde zijn snavel al wagenwijd open zodra ik in de buurt kwam en hij had er geen moeite mee om mij tot bloedens toe te bijten. Maar goed, kan gebeuren. Samen zijn ze een hecht setje, die bij het krieken van de dag, middag en avond een krikje deden om de onderlinge band te verstevigen. Zouden veel mensen een voorbeeld aan kunnen nemen. 

Echter. Vogels zijn niet zindelijk. Dat weet ik, dat wist ik. Wat ik niet wist is dat forpussen met stip op 1 staan als zijnde de allerbeste schijtlijsters. On-ge-lo-ve-lijk! Als ze een wind lieten ging het al mis en vloog de zeer dunne forpusontlasting je om de oren. De gemiddelde man is er niets bij!

Maandelijks stond ik de muur naast en achter de kooi te sauzen. M’n laminaat was een glijbaan geworden als ik die niet wekelijks op m’n oude knietjes schoonmaakte. De grond rondom de kooi heb ik de laatste maanden ingepakt met karton om de vloer te redden. M’n vanmijnmoedergekregen kast: onder de forpusshit. De forpussen in kwestie hadden overigens geen enkele last hiervan: zodra ze kramp kregen, hopsakee kont naar achteren en lós!  

Gisteren nadat ik m’n rug weer eens gebroken had op de kooi en wijde omgeving van de kooi, was ik er helemaal klaar mee. Binnen een uur stonden mijn schijtlijsters op marktplaats en nog eens een uur laten waren ze gereserveerd. Dat zal ze leren! Kiwi en Lani komen in een volière bij parkieten en valkparkieten. Alle ruimte, lekker buiten en je kan nog eens van bil met een soortgenoot. Wat wil een forpus nog meer? Ze werden opgehaald en toen ging het mis…

De man die ze kwam halen vertelde dat hij jonge, hele jonge parkietjes had, die vandaag naar de winkel zouden gaan. Je raad het al: het mooiste, liefste en tamste baby parkietje zit nu bij mij! Aan huis gebracht door dezelfde man die Kiwi en Lani kwam halen. Kiwi en Lani hebben hun eerste nacht overleefd, alleen heeft hij Lani discreet los moeten maken, toen hij een parkietenpoot in z’n snavel had. ‘Gotsie, doet ie anders nooit,’ piepte ik. Kudtvogel. 


Ik ben blij. Een tamme parkiet is vele, vele malen gezelliger en ontspannender dat 2 schijtlijsters, waarvan de een je opvreet. De zoon is ook blij met een eigen Tippi-Wan en zat er al mee op z’n schouder te tutten. Jongste kwam op kraamvisite en Tippi storte bij hem in slaap in z’n nek. 

Welkom Tippi-Wan, ik hoop dat je heel oud mag worden! 

Knutselsmurf

Op zich is het hartstikke handig hoor, daar niet van. Een Verloofde te hebben met 2 rechterhanden. Een Verloofde die, als hij iets in zijn mooie hoofd heeft, dit ook vaak binnen de kortste keren, kan maken. En dat niet alleen: het werkt 9 van de 10 keer ook nog!

Zo heeft de Verloofde sinds een paar jaar een jacuzzi in de palmentuin. En ja, de Verloofde en ik bubbelen ons het rotje als de avond is gevallen en wij ons van niets of niemand iets aantrekken en verschansen onder de palmen in bad. Met onder handbereik iets te drinken (vis moet zwemmen, nietwaar?) en iets te eten in de vorm van een tapasje of toastje. Sfeerverlichting aan: niemand maakt ons wat.

Echter. Het klinkt allemaal wel leuk, romantisch en aardig, maar als het water van het bad onder de 30 graden is, dan is het fluks uit met de waterpret. Niets zo onromantisch om binnen 5 -10 minuten onderkoeld, stijf en met blauwe lippen in het koude water zitten te klappertanden. Gelukkig vindt de Verloofde dat ook en dus verzon hij een vernuftig stukje installatiewerktuig, om de temperatuur van ’t water flink te verhogen. 

Hadden we al een schuurdakje vol met water gevulde slangen liggen die door de zon verwarmt wordt, nog altijd lukte het niet om ook op mindere zonnige dagen de temp lekker hoog te krijgen. Dus ging mijn knutselsmurfje aan de slag.

Verloofde dook in de kruipruimte onder z’n Casa del Sol, haalde daar de resten van een oude kas tevoorschijn en verdween 2 dagen uit beeld. Vrijdag was het spectakel klaar en zaterdag stond het geheel op het schuurdakje te branden in de zon. Toen de Verloofde na een paar uur, de pomp aanzette om te kijken of het zou werken en hoe warm het water dan welniet zou zijn, schrokken we ons het rambam. ‘Snel het altijddreinendeenjankende buurmeisje uitnodigen!’ floepte ik eruit. De termometer gaf namelijk 80 graden sharp aan! 80 graden, hoe dan? 

Goed, lang verhaal kort: de Verloofde is niet alleen mooi, maar ook nog eens slim. Reteslim zelfs. Alleen hebben we nu een ander probleem nl: hoe krijgen we temperatuur van de jacuzzi dusdanig dat we er niet alleen blauw, onderkoeld en stijf de jacuzzi uitkomen? Nee, we vragen ons nu ook af, hoe we op een warme dag kunnen voorkomen dat we met 3e graads brandwonden worden opgenomen in Beverwijk. 80 graden! 

Dilemma mensen, dilemma. Het wordt waarschijnlijk een lange, h e t e zomer… 

Strijken

Ik trok nog net niet wit weg met m’n lichtbruine bekje, toen ik, voor ik m’n hakken in bed zwiepte, de stekker van de strijkbout nog in het stopcontact zag zitten. Het was inmiddels zondagavond iets na 23 uur.

Heel veel huishoudelijk talent of hobby’s heb ik niet en zonder te stotteren kan ik rustig hardop zeggen, dat strijken met stip onderaan staat. Niet dat ik het niet kan, maar omdat ik het gewoon stom werk vind. Ooit had ik een collega, die streek zelfs haar sokken, washandjes en onderbroeken. Alles wat gestreken kan worden, streek zij. Ze had als vrijgezel blijkbaar tijd zat en is toen ze trouwde verhuisd naar Urk. Zegt genoeg, lijkt me, ze strijkt inmiddels alweer vele jaren alles glad óp Urk, inclusief het drankprobleem van haar echtgenoot. Maar dat terzijde, ik dwaal enorm af. 

Van mijn vader zaliger kreeg ik ooit eens een strijkbout. Dezelfde als mijn moeder had, helemaal hip en hot, die hij had gespaard van de Shellzegeltjes en dus helemaal gratis ende voor niets mijn kant op kwam. Het was een weergaloos stukje vernuftig design, wat bol stond van de extra knopjes, spraystanden en zelfs met een beveiliging tegen doorbranden. Dat laatste leek mij wat overdreven, in mijn geval, want ik strijk alleen in uiterste nood en nooit langer dan strikt noodzakelijk en met een oxazepam onder m’n tong.

Om even uit de wereld te helpen dat uw Soof een lui mensenkind is, nee zeg!  Jongste was nog geen 3 toen ik kostwinner werd, omdat de huidige ex de wao in ging. Daarvoor werkte ik ook, maar minder en had ik meer tijd voor huishouden en aanverwante bezigheden. Toch is strijken nooit een hobby van me geweest. Natte was flink uitkloppen en strak ophangen. Als het droog is, niet wachten tot het afbreekt, maar vlot strák opvouwen en hopsakee de kast in. Niets aan de hand. Na een kwartier gebruiken van ongestreken dekbedovertrekken of dragen van t-shirt, onderbroeken, sokken of spijkerbroeken zie je er niets meer van. Soms streek ik wel hoor, zo erg is het nu ook weer niet. Over bloesjes van de jongens of mijzelf en linnen zomerse niemanddalletjes of andere absolute noodzakelijkheden, wilde ik nog wel eens een strijkbout trekken. Zo moeilijk is het niet. 

Bij de divorce heb ik 90% van de inboedel achter gelaten. Dom ja, maar veiligheid was toen belangrijker dan spullen. Wat ik wel meenam, was de strijkplank en de van mijn vader gekregen strijkbout. Onslow riep nog hoe hij dan moest strijken, maar vroeg zich verder niet af hoe ik dan moest koken, slapen, zitten, eten, stofzuigen, liggen en vriezen. Afijn, de strijkbout staat bij mij en nog altijd kraai ik ‘Victorie’ als ik weer eens strijk.

Zo hadden we zaterdag broer&zussendag. Voor de gelegenheid wilde ik een dun katoenen vestje meenemen, want het kan flink afkoelen op het strand. Dus streek ik zaterdag op mijn bed -de strijkplank staat in de kast en dient als kapstok- mijn dunne katoenen vestje even snel. Ik had nog haast ook, want op het laatste moment moest ik nog van alles en nog wat. Maar, vestje was gestreken en ik zou niet voor schut lopen die avond. Ik gooide nog wat andere kleding in een tas, ondergoed en sokken en draafde naar beneden. Na een knuffel van oudste verdween ik met een auto vol tuinstoelen, boodschappen en mijn vers gestreken vestje naar de Verloofde. Daaaaaag, fijne dag, tot morgen! 

Ruim 32 uur later staat mijn huisje er nog. De gillende brandweersirenes die ochtend waren voor een huis 4 straten verderop, zag ik op P2000 wat ik dan toch even controleer als ik bij de Verloofde ben. Het is een wonder, blijkt nu, want voor hetzelfde geld had mijn eigen optrekje afgefikt door de door mij vergeten stekker in het stopcontact van de strijkbout! Een strijkbout! Ik moet er niet aan denken, dat het kreng in brand had gevlogen omdat ik, dienooitstrijkt!, brand had veroorzaakt omdat ik ook eens een keer een vestje streek. De horror! 

Voor ik zondagavond in slaap viel, bedankte ik m’n lieve vadertje nog maar eens. Die pa van mij die was zo gek nog niet, met zijn strijkbout-cadeau met vernuftige snufjes inclusief de extraodinaire beveiliging tegen het doorbranden. 

Het vestje heb ik trouwens niet eens aan gehad. Het was veel te warm op het strand…