Fatsoen

Wat ging er door je heen, toen je vanmiddag uiteindelijk thuis op de bank neer plofte? Was je moe na een dag werken? Of was je nog steeds volledig in je nopjes met jezelf, omdat je die ochtend een teammanager die de wachtlijst beheert zo grensoverschrijdend uitgekafferd hebt, waar je je als normaal mens, zou schamen voor je eigen handelen? Want dát was het: grensoverschrijdend. Ver buiten elke vorm van fatsoen, met naast jou een arts die het allemaal toeliet. 

De arts belde mij namelijk om verhaal te halen over een patiënt bij jullie op de afdeling. Dezelfde patiënt van wie wij al van voor het weekend wachten op informatie. Gaat de PICC-lijn er nu wel of niet uit? Nee, wij geven geen schimmeldodende medicatie IV, wel antibiotica maar dat niet. Tuurlijk bepalen wij ook lab, alleen niet iedere dag en nee, wij laten hem dus ook niet dagelijks heen en weer rijden naar het LUMC ziekenhuis om dit bij jullie te doen. Dan is meneer namelijk niet ‘medisch klaar’ en nog niet toe aan zijn revalidatie bij ons. 

Gisteren heeft mijn collega nog met jullie gesproken en afgestemd welke info we nog nodig hadden. En ja, gisteren hadden we nog bedden leeg en opname dagen open, maar dat veranderde daarna binnen 2 uur: alle reeds aangemelde patiënten waren medisch klaar en konden opgeroepen worden. Van jullie hoorden we niets…. en toen jullie eindelijk belde tegen 17 uur waren wij al naar huis.

De arts ging op zich nog wel. Tikje arrogant, maar dat maakt op mij geen indruk meer na meer dan 30 jaar werken in zorg. Dat hij niet blij werd van mijn mededeling dat meneer maandag de eerste is, gaat de arts fors tekeer: bespottelijk, idioot en bovenal onacceptabel. Het zij zo: de overige patiënten staan al langer aangemeld en wij hebben tevergeefs gewacht op uw informatie. Bedden reserveren doen we niet aan. 

Omdat de arts geen voet aan de grond krijgt bij mij, geeft hij de telefoon aan de verpleegkundige naast hem. Jij steekt direct van wal en doet er nog een schepje bovenop. Als jouw werkwijze ook geen poot aan de grond krijgt bij mij, verander je in een relnicht (ik heb geen poep in m’n oren namelijk) en haalt alles uit de kast; je gaat volkomen los op mij. 

Ik zou niet capabel zijn en jij acht het nodig om mij te adviseren om per omgaande ander werk te gaan zoeken. Weet je snotneus, ik heb net als jij ook aan het bed met m’n handen in de stront gestaan, omdat ik net als jij ook -nog steeds- verpleegkundige ben. Het grote verschil tussen jou en mij is echter, dat jij nog steeds met je handen in de stront staat en ik capabel genoeg was om door te groeien in mijn functie en nu teammanager kliniek ben. En, niet geheel onbelangrijk, ik functioneer gewoon hartstikke goed! Mijn teamleden zouden het niet in hun harses hoeven te halen, om zo te keer te gaan aan de telefoon tegen wiedanook! 

Jouw actie, waar ik nogal ziek van ben, zegt alles over jou en niets over mij. Dat de arts naast jou niet ingreep, zegt iets van de normen en waarden in jullie ziekenhuis. Toen jij na je tirade, waarin ik herhaaldelijk mijn grenzen aangaf en jou vertelde dat ik níet zo behandeld en aangesproken wilde worden, de telefoon weer aan de arts zou geven, besloot ik mijn grens te sluiten en verbrak ik de verbinding. De arts had een dode lijn aan zijn verwonderde oor. 

Dat ik de verbinding verbrak zegt iets over mij en niets over jullie: ik laat me niet als stront behandelen. Nu niet, nooit niet meer. Arme patiënt, arm ziekenhuis als jullie het moeten hebben van dit soort werknemers.