Fossiel

‘Staan mijn juiste gegevens in het systeem?’ vraag ik, als ik me meld in het ziekenhuis voor het maken van foto’s van handen en voeten. ‘Ja mevrouw Soof, dat klopt allemaal,’ zegt de baliemedewerkster en omdat ook m’n adres zomaar klopt, haal ik opgelucht adem en neem plaats in de wachtkamer. 

Die ochtend zat ik bij de huisarts en vertelde van mijn al ruim een jaar bestaande klachten van stekende en pijnlijke vingers, tenen en knieën. Vanaf maandag jl. zwelt mijn rechter middelvinger op en omdat ik hem sinds gisterenochtend ook niet meer kan buigen, vond ik het welletjes: een afspraak bij de huisarts werd gemaakt. Ook heb ik al tijden pijn in 2 tenen: er is niets aan te zien maar ze steken als een razende en de gewrichtjes doen pijn bij aanraken. 

Vanmorgen bij de huisarts duw ik mijn stijve opgestoken middelvinger onder haar neus en vertel wat er loos is. Ze knikt, ze drukt, ze vraagt, ze buigt, trekt en knijpt. Hoogste tijd voor foto’s van al mijn uitstekende ledematen en uitgebreid bloedonderzoek. 

‘Vort met de goat,’ dacht ik en dus zat ik vanmiddag al in het LUMC voor de foto’s. De eerste keer na de divorce dat ik daar weer als patiënt kom, dus belangrijk om nadrukkelijk na te vragen of mijn nieuwe, goede gegevens in het systeem staan. Ja dat staan ze, dus ik ging ontspannen zitten wachten. Pomtiedompom. 

Na een minuut of 15 wordt er een deur opengetrokken waarna luidkeels door de wachtkamer ‘Mevrouw Onslow’ klinkt. Ik doe net of ik gek ben. Die naam komt namelijk zo veel voor hier in Kuytwijk; er heten meer hondjes Fikkie. ‘Me-vrouw-On-slow,’ klinkt het nog net even harder en nadrukkelijker. Gotsie! Het zweet breekt me uit.

‘Zou het misschien mevrouw Soof kunnen zijn?’ vraag ik geërgerd, terwijl de ganse wachtkamer z/haar ogen op mij richt. ‘Oh ja dat zou kunnen, dat is de 2e naam die er staat.’ Terwijl ik m’n jas en tas bij elkaar gris zeg ik, terwijl nog steeds de ganse wachtkamer mij aanstaart, dat ik nog zó gevraagd heb of mijn juiste gegevens in het systeem staan! ‘Ik heb een trauma van die naam!’ roep ik ondertussen de deur van de omkleedcabine dichtgooiende. 

Meneer verontschuldigt zich en adviseert mij beneden bij de inschrijfbalie langs te gaan. Het is een vriendelijke man en hij kan er ook niets aan doen. Ik bespaar me de moeite om zijn ogen uit te steken en een knoop in zijn bril te leggen. Adem in, adem uit. De foto’s worden gemaakt en ik trek ten strijde naar de inschrijfbalie. 

Mevrouw van de balie beaamt dat ik nog als mevrouw Onslow in het systeem sta. ‘Nou dat klopt dus niet, want het moet Soof zijn.’ ‘Is Onslow de naam van uw man?’ mekkert mevrouw verder, als ware ik de eerste en enige vrouw die gescheiden is. ‘Dat. Is. Mijn. Man. Niet. Meer,’ articuleer ik zodanig dat de rest van de vragen een vroege dood op haar lippen sterft. Het licht is aan, halleluja! 

Omdat ik er nu toch ben, wil ze meteen alles van me weten. ‘Nog steeds de helft van een tweeling?’ Huh? Ja natuurlijk, dat ben je of dat ben je niet. Je wordt niet op een ochtend wakker en de tweelingzus blijkt Fatima Morgana te zijn geweest. Rare vraag, maar zal wel aan mij liggen. 06 klopt en nee, ik heb niet nóg een 06 nummer! Zucht. ‘Uw e-mailadres graag?’ Want? Ik heb geen zin in nog meer e-mails, het lijkt me voldoende dat ze mijn adres en 06 al hebben. Ze vindt er het hare van, maar laat het zo. 

‘Dat was het? vraag ik, als ik ook m’n apotheek een tandarts (wtf?) heb doorgegeven. ‘Bijna, alleen nog even een foto.’ ‘Gaat u daar maar zitten en kijk even naar de camera,’ sommeert het mens. ‘Want?’ vraag ik wederom. ‘Nou die komt in uw dossier en dan kan de arts als hij uw dossier leest precies zien wie u bent en een tissue pakken tegen het spetteren voor hij u uit de wachtkamer haalt. ‘Mijn ervaring is dat specialisten pas het dossier lezen als ik reeds voor ze zit, dus een foto lijkt mij niet nodig,’ reageer ik rete assertief. Een foto maken die tot mijn deaud in het elektronisch patiënten dossier blijft staan, terwijl ik een uitgroei op m’n hoofd heb ter grote van een hele duiventil! Hoe komen ze erbij? Naast mij hoor ik totaal onvoorbereid als lamme schapen de ene na de andere potentiële patiënt een foto van zich laten maken. Denk na mensen, denk na! 

‘Zolang ik niet ben opgenomen vind ik een foto niet nodig,’ meld ik ten overvloede. ‘Het is ook niet verplicht,’ piept Mens. Kijk, dat had ze moeten zeggen voor ze de discussie aan ging met me. Ik krijg nog een print van al mijn juiste (!) gegevens en voor ik naar huis ga, schiet ik eerst maar even een toilet in na zoveel gezeik.

Op weg naar huis ben ik trots op mezelf. Ik leer om niet overal meer klakkeloos ja en amen op te zeggen, maar mag er iets van vinden en sterker nog: ik mag gewoon ‘nee’ zeggen als ik dat wil! Wha, ik word niet naar m’n strot gevlogen, er vliegen geen voorwerpen naar m’n hoofd en m’n huid wordt niet volgekrijst: ik mag en kan gewoon ‘nee’ zeggen. M’n therapeut zal trots op me zijn! Vooral ben ik trots op mezelf: ik kom er wel. 

Morgen bloed prikken, eens kijken of ik daar goed in het systeem sta…