Ontlurkdag

Landgenoten. Vandaar is het nationale ontlurkdag. 29 april is ooit door Kliefje uitgeroepen tot ontlurkdag in Blogland. Normaliter ben ik niet zo van achter de kudde aan, maar dit is waarlijk iets anders en daarom doe ik, doe-eens-gek, mee! 

Ik heb het ooit wel eens eerder gevraagd op mijn oude blog, maar hier nog nooit. Aan m’n statistieken te zien, heb ik veel bezoekjes van lezers waarvan slechts een deel reageert. Let wel: ik ben erg blij met alle lieve, meelevende en hartelijke reacties, maar vraag me ook regelmatig af, wie de mensen zijn die hier alleen voorbij komen. 

Lang verhaal kort: vandaag mag je onder jouw steen vandaan en vertellen wie je bent. Als je dan toch bezig bent, wil ik ook graag weten hoe je bij Soof terecht bent gekomen. En heb je nog een leuk onderwerp waarover ik echt een keer moet bloggen: ik hoor het graag.

Roept u maar! 

Advertenties

Jongen toch

Onvoorbereid zie ik ineens jouw naam staan. Er gaat een schok door me heen, terwijl ik denk ‘het zal toch niet?’ Als ik verder lees zie ik dat het wél echt waar is en bij dat besef branden de tranen achter mij ogen als had ik je zelf persoonlijk gekend. 

 Verbijsterd en geschokt zijn je ouders, broers en zussen. Achteraan hun namen staat ook de naam van je jongste zusje. Haar naam is een begrip in het dorp; iedereen leefde mee toen zij 9 jaar geleden na een heftige ziekte overleed als 8 jarige spring in het veld. 

Jij was toen bijna 12. Een leeftijd waarop je aan het graf van een opa hoort te staan, zoals mijn jongste een paar maanden later stond, net zo oud als jij. 12 jaar is geen leeftijd waarop je je jongere zusje moet begraven. Zoiets valt niet te bevatten, de dood drong zich in de meest onbarmhartige wijze aan je op. 

Ik zag je bijna wekelijks bij de plaatselijke Appie waar je werkte en herkende je als ‘de broer van’ aan de naam op je shirt en de tatoeage op je arm. Met mooie letters bedekte de naam van je zusje je hele onderarm, opdat ze nooit vergeten zou worden! Dat het rouwen voor jou, na al die jaren niet minder pijnlijk werd zag niemand aan jouw buitenkant. Ach jongen toch, wat heb jij je 9 jaar lang door het leven geworsteld. 

Een poos terug hoorde ik dat je een poging gedaan had om je leven te beëindigen. Het was niet gelukt. ‘Gelukkig maar,’ dacht ik, ‘je ouders, broers en zussen… er zijn zoveel mensen die om je geven en je liefhebben!’ 

En nu ineens, op stille zaterdag, zie ik de rouwadvertentie staan met jouw namen erop. Jouw geboortedatum die maar 2 maanden verschilt met die van mijn jongste: 20 jaar was je nog maar. De tekst op de kaart grijpt me naar de keel, ik herken de tekst van een prachtig lied. De verbijstering van je ouders en familie zijn onbeschrijflijk. Door de verbijstering heen, het onontkoombare besef dat ze opnieuw een kind moeten gaan begraven komende week. 

Jongen toch, was dit voor jou de enige uitweg? De enige oplossing om jouw rouw te stillen? Wat had iedereen dichtbij jou, je met al je verdriet, al je gedachten van donkere somberheid vast willen houden. Voor altijd vast zullen houden, als ze je daarme van deze keus hadden kunnen afbrengen. 

Dag jongen, is het raar dat ik hoop dat je je rust gevonden hebt? Dat je voor altijd veilig en geborgen zal zijn in Gods’ armen. Dichtbij je zusje.

1 april

Ineens schijnen Lov en ik verloofd te zijn. Huh? Ja nou, echt heus waar. Wij staan er ook verstelt van, maar de ganse goegemeente roept het van de daken. Bijna nog zonder óns iets te vragen. En dat op 1 april…

Lov vroeg al een paar weken voor mijn verjaardag wat voor cadeau ik wilde. Dat was nogal een puntje. Dat wordt namelijk al zeker 15 jaar niet meer aan mij gevraagd en met daarbij mijn huidige staat van onwelbevinden gaf ik er ontwijkend als de beste gewoon geen antwoord op. 

Toen ik half antiek werd, kreeg ik een prachtige ketting cadeau van hem. Daar heb ik 2 jaar van bij moeten komen. Onze liefde zit niet cadeaus, de grootte ervan of het aantal karaten. Die tijd hebben we gehad. Maar na een aantal keer vragen van Lov en het feit dat de therapiesessies hun vruchten beginnen af te werpen, begon er toch iets te borrelen in mij, de week van m’n verjaardag. Bijna op hetzelfde moment mompelde ik dat ik misschien eventueel alsjehetechtwiltweten wel een ringetje zou willen en opperde Lov hardop dat een ring hem wel een goed idee leek. Zo gezegd, zo gedaan. 

Ik vind het nogal lastig. Niet dat er iemand is die zoveel van me houdt, dat went inmiddels aardig. Wel dat Lov heel veel voor me over heeft, mij gelukkig wil zien en maken en voor me wil zorgen. Dat was namelijk nooit zo en met het gegeven dat ik niet zo heel blij ben met mezelf momenteel, vind ik alle aandacht zeer ongemakkelijk. Zo ook het uitzoeken van de ring. 

Toch lukte het. Strak, ‘simpel’, rechttoe rechtaan met in het midden een diamant. Deze moest ’t worden, alleen dan niet zo knellend als het uitgezochte exemplaar. Er werd een maat groter besteld want een blauw afstevende vinger zou onze toekomst geen goed doen. 

Gisteren was het 1 april. Lachen met ons, want we zaaiden palmenzaad om een heus palmenbos in onze achtertuin-to-be, net over de dorpsgrens. Daarna aten we gezellig en doken we op de bank en zat ik wat te breien. En ineens zo rond 22 uur was hij daar. Lov dook met een licht verhit hoofd op z’n knieën voor zijn stille meisje en vroeg of hij mij blij kon maken. Hij opende een leeg doosje (argh 😱) en toverde daarna de ring uit zijn broekzak. ‘Altijd en eeuwig lieverd.’ Oh ja, altijd en eeuwig! We zeggen het zo vaak tegen elkaar, tot vervelends toe voor een ander, maar nóóit voor ons. 

Hij schoof de ring om mijn vinger en we zagen dat het goed was. Jemig, méér dan goed zelfs! Hij is mooi, zeau mooi! De ring ook ja, hij past precies en is de mooiste ring ever, van de mooiste man ever. 

Omdat we graag anderen laten delen in ons geluk, zette ik een foto op FB met de tekst ‘altijd en eeuwig.’ En toen ging het los. Voor we het wisten waren we ineens verloofd. Nee, we gaan nog niet trouwen. Ooit wel graag, maar niet op korte termijn. 20-10-20 klinkt lekker, maar 24-03-24 ook. We zien het wel. Wat we in ieder geval wél zeker weten is dat ‘altijd en eeuwig’, héél erg lang klinkt. En laten we daar nou net nog het meest blij van worden! 

Of we nu wel of niet verloofd zijn, het maakt mij niet uit. ‘Altijd en eeuwig,’ daar gaat het om.