Wezenloos

Wezenloos. Zo voelde ik me en zat ik erbij toen we eindelijk weer thuis waren. De dag waar we al maanden naar toe hadden geleefd, was heerlijk geweest. Eindelijk een keer neven en nichten, een oom en tante zien zonder dat er iemand begraven wordt, was een dag geworden met een gouden rand. 

Je kent het wel, tijdens een begrafenis wordt vaak gezegd dat we elkaar vooral snel weer eens moeten zien. En vervolgens komt het er nooit van en zie je elkaar weer bij een volgende begrafenis. In april stemden ik met m’n zussen een zaterdag in juli af, die we daarna de familie inslingerde voor iedereen die ook mee wilde. Het liep meteen storm en binnen de korste keren waren 22 van de 30 plaatsen in de boot bezet. M’n neef zou onze gids zijn, succes gegarandeerd dus. Vandaag waren alle 30 plaatsen bezet, met slechts 4 mensen die voor hun, volkomen onverwacht onderdeel werden van onze familiedag. 

Naardermeer!
  We zouden een rondvaart gaan maken op de Naardermeer. M’n lieve moeder en haar broers en zussen zijn daar geboren en opgegroeid, omdat m’n opa er opzichter is geweest. Ze kende de meer als haar broekzak; groeide op als kind van de natuur en kende grote getalen vogels, bloemen, bomen bij naam. Neef Jaap stuurde de fluisterboot behendig langs het riet. Hij informeerde ons van zaken waar ik geen weet van had en ondertussen kletsten we honderduit met nichtjes die ik al jaren niet gesproken had. 
De Verloofde met de jongste broer van m’n moeder

De rondvaart zelf bestond voornamelijk uit riet. Waar je ook keek: riet. Riet all over the place. En water natuurlijk. Het bijzondere was dat ik even daar was, waar mijn moeder als kind altijd was. Dat was fijn. De uitleg van de eendenkooi en hoe dat in zijn werk ging, was interessant. Toch nog iets geleerd!

De eendenkooi

Na afloop dronken we nog wat met elkaar en na het afscheid opperde ik zusdus dat ik graag nog even langs Kooilust wilde rijden: het huisje waar mama geboren en opgegroeid is. We reden de dijk over naar het huisje en werden direct opgemerkt en herkend door de huidige bewoners. 
Voor we het wisten stond ik met zusdus in de achtertuin bij de appelboom. (Onze mannen wachtten in de auto.) Een aantal jaar geleden was ik daar met mama, toen ik haar meenam naar haar ouderlijk huis, waar ze 60 jaar niet naar terug was geweest. Mama wist alle details nog die middag, toen ze onverwacht weer in het huisje was waar ze veel goede maar ook heel verdrietige dingen heeft meegemaakt. Nu was ik terug met m’n zus en stonden we bij de achterkant van het huisje. Ik zag mama weer bij de tuintafel staan en ik zag mezelf weer de foto’s nemen terwijl ze bij de appelboom stond en genoot van het onverwachte bezoek aan haar geboortehuis. 

Mama bij haar geboortehuis
Ik zag haar en ik voelde haar, maar ze was er niet. Zo dichtbij haar, maar vooral zover weg. Zonder mama daar zijn, het klopte niet, maar ik kon er niets aan veranderen. 
’s Avonds naast de Verloofde kwamen de tranen. Het was een fijne dag, maar er miste iets. Er miste íemand. Mama had nog veel meer kunnen vertellen over de Naardermeer dan mijn neef had gedaan. Gelukkig zijn er nog wel haar verhalen over ‘de meer.’ Verhalen die gisteren toch even tot leven mochten komen, omdat ik dáár kon zijn waar mama heel vaak was. 

Het was een fijne dag. 

Veestapel

Vanmorgen las ik op Twitter via zusdus dit zielige verhaal over een hamster. Ik kan er niets aan doen, maar ik lag blauw. Van het lachen welteverstaan, ja sorry. Per omgaande had ik een deja vu naar april vorig jaar, toen mijn eigen Marie-Antoinette een jammerlijke dood stierf. Dat Marie nog zo oud is geworden, mag een Godswonder heten, want erg handig was ze niet en met gemak had ze de 2,5 jaar niet eens gehaald als het aan haar had gelegen. Zo heeft de buurman ooit bij het krieken van de dag om 6 uur, haar achterpoot los staan wrikken omdat ze die in 2 bochten om een tralie had geslagen. Ik stond erbij en keek er niet naar. 
Vanaf dat ik me kan herinneren ben ik altijd omringt geweest met huisdieren. De enige jaren dat we geen huisdieren hadden waren de paar jaar tussen Tommy de vuurvleugelparkiet en Davy de Yorkshire terriër in. 

Tommy was een zeer tamme vuurvleugelparkiet. Een beschermde diersoort en achteraf snappen we ook waarom. Tommy was selectief tam. Zusdus en ik konden alles met hem doen, hij vond het best en sliep zelfs in onze handen tot die nat en plakkerig waren. Tommy was erg op ons gesteld en wij op hem. Tommy had een hekel aan het dagelijkse geld tellen van m’n vader, wat hij na het werk altijd deed. Als Tommy de kans kreeg, rende hij over tafel naar hem toe en beet hem dan furieus in zijn vingers. M’n vader, zat geworden van deze acties, haalde een keer flink uit, waardoor Tommy total flabbergasted tegen de kast belandde en de rest van avond dizzy voor/achter zich uit heeft zitten kijken… in onze handen. Hij heeft het nooit meer gedaan. Omdat Tommy alleen met zusdus en mij een hechte relatie had en de rest van het gezin zowat opvrat, moest hij weg. Oudste zus had in no time een nieuw adres gevonden voor hem en daar ging Tommy heen. Zusdus en ik hebben een week hardop lopen weeklagen, waarop m’n ouders zeiden dat ze niet wisten dat we zó gek op het beestje waren. 

Scotty onze boxer hadden we van m’n 4e-14e jaar. Een geweldige hond die ik de laatste jaren van zijn leven trouw uitliet, omdat m’n broer er de brui aan gaf. Zijn halsband heb ik jaren na zijn dood bewaard op m’n kamer, toen hij door keelkanker met een discreet spuitje naar de eeuwige groenen velden werd geholpen. Ach ja, Scotty…

Och Joris mag ik niet vergeten! Na Scotty kwam Joris. Zusdus en ik doopten hem in eerste instantie Kloris, maar dat kreeg m’n moeder niet uit haar strot: Joris werd het en bleef het. Joris was onze eerste vogel en tam. Hij was zelfs zo tam dat hij de kat van de buren niet als gevaar zag, toen die ons huis binnensloop en hem van de hor voor har raam trok en doodbeet. Kudtkat. Daarna kwam Tommy, waar jullie het eind al van weten inmiddels. 

Wimpie was m’n eerste hamster. Ik liet hem dagelijks lopen buiten z’n kooi en heb hem diverse malen van de zolder moeten halen. Wimpie liep trap met een snelheid waar m’n oma destijds jaloers op was. Wimpie heeft na zijn oog-amputatie (dat bedoel ik; sommige huisdieren waren heel onhandig!) nog een jaar geleefd en volgens mij ook best nog in redelijke staat van gelukzaligeheid ondanks dat ene oog. 

Wat nog meer? Een schildpad. M’n broer had een schildpad en als het dier weer eens was ontsnapt, konden zusdus en ik op onze knieën de tuin door om het beest te zoeken. Muizen, wandelende takken, vissen, noem het op en wij hebben het in huis gehad. Vandaar mijn liefde voor dieren. Ik kan niet zonder en moet altijd iets om me heen hebben om voor te zorgen en vooral, van te genieten.

Ook tijdens m’n huwelijk hebben we altijd huisdieren gehad, met als hysterisch hoogte-, en dieptepunt Denzel. Ik kan er nog om janken en dat doe ik dan dus ook maar. 

De ellende van het hebben van huisdieren is, dat ze doodgaan. Ik dacht soms dat het aan mij lag, als ik weer een hamster stond te begraven in de duinen en gepast een minuut stil was na de ter aarde bestelling. De rat die in de schuur zat toen het riool open ging een paar straten verderop, schoot Onslow door het rattenhoofd. Die hebben we trouwens niet begraven in de duinen maar opgebaard in de groene kliko. Er zijn grenzen hé!? 

Nu geniet ik van Tippie Wan. Het gaat goed met hem en voorzie een lang leven en veel gezelligheid van m’n pastel parkiet. De verloofde sprak van de week de magische woorden: ‘ik denk dat wij een hond moeten nemen als we in Gnoe-zicht wonen.’ De schat, ik ga hem houden! Dat deed ik al, maar nu helemaal! En een hond is altijd beter dan een slang die we gratis ende voor niets dachten meegenomen te hebben uit Jamaica.

Papa


Vandaag is het 9 jaar geleden dat mijn lieve vader overleed. Zijn overlijden en afwezigheid hebben hun plek gevonden. De eerste maanden was ik compleet van m’n sokkel door zijn plotselinge overlijden. In die periode schreef ik m’n eerste blogs (toen nog op Hyves) die ik bewaard heb en gisteren weer eens doorlas. 

21 juni 2008 werd hij opgenomen in het ziekenhuis en schreef ik het volgende: 

Sinds een paar weken is mijn vader aan het krak en mikken. Valt van zijn benen, zijn tenen staan haaks aan zijn voeten -doen ze anders nóóit…- heeft zenuwpijn en doorlopend krampen waardoor z´n knieën z´n neus herhaaldelijk toucheren. Hij kan met z´n ogen geen voorwerpen volgen, ziet ernstig dubbel en kan niet goed meer lezen. Hij is ziek. Wat mij betreft, niet gewoon ziek, maar echt heel erg ziek. Zo ziek dat ik, toen ik met mama hem ging bezoeken ins hospitaal ik meteen doorscheurde naar het mortuarium; ik had één afslagje te vroeg genomen en moest een afslag verder hebben om op het parkeerterrein te komen. Foutje. Pa moest er wel om lachen toen ik het vertelde, zo ziek is ie ook weer niet.

Maar zo ziek was hij wél, want zijn toestand vloog in luttele dagen tot ieders verbijstering achteruit.

28 juni 2008:

Gisterenavond is papa overgeplaatst naar het UMC Utrecht. Daar heeft hij en m´n zus 5(!) uur op een arts moeten wachten. Dat is heel lang, hij werd tenslotte niet voor zijn zweetvoeten overgeplaatst…

Zijn toestand verslechterde, 40 C koorts en even na middernacht hebben ze hem geintubeerd en overgeplaatst naar de IC. Daar kreeg hij een hartstilstand en is gereanimeerd met ´succes´. Hij is er nog. Wij zijn gebeld om 2 uur en ik ben naar papa gegaan. Hij was kritiek en we moesten rekening houden dat hij zou sterven. Hij ligt geïsoleerd op de IC. 

Om 7 uur zijn ze hem gaan koelen om de neurologische schade na de reanimatie zoveel mogelijk te beperken. Hij heeft nu een temp van 33 graden. Maar goed dat ie het niet weet: hij heeft een hekel aan kou… Zijn lab.uitslagen zijn erg slecht, zijn nieren kunnen dit niet aan, hij plast niet en de afvalstoffen kunnen dus zijn lichaam niet uit. Vanmiddag is besloten om hem te gaan dialyseren. Naast alle infusen heeft hij ook 3 diepe lijnen, met daaraan ´tig´ infuuspompen en hij heeft een lijn direct in het hart -CVC-. Ze dialyseren hem via de lies. Er is sprake van zeer veel massale spierafbraak, dit is zichtbaar in het bloed.(CK: 51000! Normaal is dit ± 20) Nog steeds weten ze niet wat de diagnose is, het is onbegrijpelijk! Ondertussen begint z’n lever er ook mee te stoppen…

2 dagen later, 30 juni 2008: 

Daar zit ik dan, achter een veel te vies toetsenbordje in het UMC. Als ik binnenkort klachten krijg, dan eerst dit toestsenbord kweken.
Afijn, vannacht bij papa blijven slapen samen met m’n zus. We hebben voor de nacht nog voor elkaar gekregen dat er een ‘niet reanimeren’ beleid is afgesproken. Ze zouden er nl zo weer op springen als ie een hartstilstand zou krijgen. Wij dachten dat er een NR beleid was, maar men vond hem ineens weer ‘te goed’ om het niet te doen. Papa’s temperatuur blijft laag, hij kan niet zelf warm worden; pa’s bloed stolt niet meer, ze hebben vannacht 1,5 liter -oud- bloed uit z’n maag gehaald. De sondevoeding is nu gestopt. Gisteren is de dialyselijn in z’n lies gesneuveld. Ontploft eigenlijk, omdat de filters verstopt waren. Hij heeft nu een nieuwe dialyselijn en op de plek van de vorige lijn heeft 18 uur een klem gestaan omdat hij daaruit bleef bloeden. Ze geven ook aan dat ze bijna met hun rug tegen de muur staan. 

Het volgende was misschien het wel meest bizarre moment, ik zie het nog zó voor me: 

Toen ik gisterenavond bij hem terug kwam gaf ik hem een kus op z’n hoofd en ik schrok. Ik dacht: dit is mijn vader niet, ik sta hier een vreemde man op z’n hoofd te kussen. Ik keek op en zag daar ‘gewoon’ m’n eigen papa liggen. Gek he? Het is onder al die slangen en apparatuur toch echt m’n eigen vader die hier ligt. 2 weken geleden liep ie nog op de camping te keutelen en was er nog niets aan de hand en nu glijdt ie steeds verder weg. We verwachten niet meer dat ie wakker gaat worden, hij wordt slapend gehouden. 

En toen kwam de 1e dag van juli. Een gewone dag en datum, die daarna nooit meer gewoon 1 juli zou zijn. 

1 juli 2008: Vanmiddag om 15.50 is papa overleden in het UMC Utrecht. We zijn heel verdrietig, maar in ons verdriet mogen we zeker weten dat papa ‘thuis’ is bij zijn Hemelse Vader.

Het is nog niet te bevatten en te begrijpen dat papa er niet meer is.
Ik was vanmiddag onderweg naar het UMC met een tas vol kleding om vannacht weer bij papa te blijven met Anne. Marjolein was net naar huis, wij wisselden elkaar af. Toen ik op de afslag UMC reed, belde Anne, dat papa net een ´crisis´ had gehad. De artsen hadden hem er met veel medicatie uit kunnen krijgen, maar papa´s hart redde het niet veel langer meer.

Iedereen is gebeld en om even na half 4 waren we compleet op Onslow na. De artsen hebben eerst de medicatie die het hart ondersteunde gestopt en de beademing verandert in alleen ondersteuning. Papa was zo ziek dat hij direct is overleden toen de infusen uit gingen. Wij waren dicht bij papa en dat voelde erg goed. Ook daarna hebben we de tijd gehad om bij hem te zijn, hem vast te houden, hem te wassen en te verzorgen. Wij wisten dat papa van ons hield en papa wist dat wij van hem hielden; we konden het soms niet vaak genoeg tegen elkaar zeggen als we bij elkaar waren.

Lieve papa, bedankt dat je mijn vader bent geweest en dat ik jouw naam draag! Ik houd van je! 

Het voelt soms nog als de dag van gisteren, omdat de situatie heftig was. Inmiddels zijn we 9 jaar verder en is mama ook overleden. Ik mis m’n ouders, maar het is de natuurlijke gang van zaken. Ik denk in liefde aan hen terug en ben dankbaar dat zij mijn ouders zijn geweest. 



Milon!

Na een bevestigingsmail -altijd handig-, en daarna nog 2 herinneringsmails met daarin de vriendelijke doch dringende oproep, om toch vooral maar op tijd te komen, sprong ik vanmiddag ruim 14 minuten voor tijd het healthclub binnen.

Heette het vroeger nog ordi ‘sportschool,’ nee, tegenwoordig trek je daar geen klanten meer mee en al helemaal niet in Wassenaar natuurlijk. Het moet fris en fruitig klinken, met het liefst zoveel mogelijk Engelse termen, quotes en overige tekst. Healthclub dus. En omdat healthclub bij lange na de lading niet dekt, prijkt er de aanvullingen ‘Aerofit’ boven. Ik snap het niet, maar daar gaat het niet om. Het enige wat ik wil, is mijn kadaver in beweging krijgen en beter in mijn mentale en fysieke vel komen te zitten.

Kliefje blogt er al geruime tijden over: de Milon cirkel. Nogal oneerbiedig roept ze dat het bejaardengym is, maar daar doet ze zichzelf ruimschoots te kort mee. Sinds ik vanmiddag bijna spugend van een fiets stapte en ik vlak daarna tekenende en betaalde voor 2 maanden, wil ik het woord bejaardengym niet meer horen. 

Een proefles werd het eerst, want die was gratis en ik ben dol op gratis. De zomeractie begint pas 1 juli, precies op tijd dus om na de proefles me in te schrijven voor 2 maanden Milon-cirkelen. 

Gegevens werden ingevoerd, apparaten ingesteld, bewegingen uitgelegd en nog een keer uitgelegd. Tussen de apparaten en oefeningen door, is het bijna sprinten naar het volgende toestel, want binnen 30 seconden moet je met je lijf en leden weer kant en klaar zitten voor weer een minuut trainen. Alleen op de crosstrainer en de fiets duurt de oefening langer: dan krijg je 4 minuten de tijd om de dood in de ogen te kijken. 

Ja sorry hoor, maar al tijdens de proefles ging het bijna mis. Die fiets gaat nog m’n grootste vijand worden van alle toestellen in die cirkel. Imagine: ik klim op die fiets na al 5 toestellen gehad te hebben en de jonge strakke trainer zegt dat het (ik) wel wat sneller kan. 100 watt is standje beginners, dus 70 omwentelingen per minuut moet dan makkelijk haalbaar zijn. WTF? Ik keek naar het schermpje en kreeg m’n benen niet sneller dan 57 omwentelingen/minuut. Ik zei dat ik niet spugend van die fiets af wilde vallen, dat zou zonde zijn van mijzelf en de proefles zou een voortijdige dood sterven. En dan die 4 minuten! Bij het 2e rondje apparaten zag ik na 67 seconden m’n leven al aan me voorbij trekken. Ik heb de 4 minuten met 2 flinke pauzes volgetrapt, maar dat viel gans niet mee.

Maar toch ingeschreven hé, voor 2 maanden Milon-cirkelen maar liefst. Ik zei de gek. Zaterdag verwachten ze me voor een soort van keuring. Ik had al m’n bedenkingen toen het werd aangeboden, want ik hoorde het woord ‘fietstest’ 2 keer vallen. Dat gaat Soof niet doen natuurlijk. Ik weet dat ik 0,0 conditie heb, dat hoeft er niet nog eens ingetimmerd te worden tijdens een fietstest. Dus die bel ik af morgen. 

Ik heb er zin in. Eind september hoef ik pas in bikini en ik hoop me tegen die tijd ontspannender en beter te voelen en er een snufje strakker uit te zien. In m’n ooghoeken zag ik dat ze ook diverse Yoga lessen hebben, dus er gloort mij een hoopvolle toekomst! Milon-cirkel, here I come! 

Foto: ‘Ja duh,’ Pinterest. 

Tippi-Wan

Helemaal in de gloria ben ik. Sinds vanmorgen 10:52 uur hebben de zoon en ik een baby in da house. We noemen haar Tippie-Wan! (Jaja, naar de moordlustige nanny uit Gooische Vrouwen. Dat belooft wat!) 

Als ik de ruimte had gehad, zou ik een dierentuin in m’n achtertuin hebben. Helaas ontbreekt het mij aan ruimte, geld en kennis om een hele veestapel in leven te houden. Wat wel lukt is het kleinere spul. Om jullie geheugen op te frissen: Marie-Anthoinette mijn dwerghamster die 2,4 jaar oud mocht worden en vorig jaar april is bezweken aan een wangzakverzakking. Triest ja, ik ben er pas sinds kort overheen. 

Vlak na het overlijden van mama, nam ik 2 forpussen in huis. Kiwi en Lani, prachtige beestjes en ze zouden niet of nauwelijks geluid produceren. Dat is fijn, want ik kan slecht tegen gekrijs en geschreeuw van wie dan ook, dus ook niet van vogels. Kiwi en Lani hadden het reuze naar hun zin: ze vlogen los zodra ik thuis kwam en hadden hun eigen hoekje met klimgerei en speeltjes voor het raam. Grote kooi waar ze in konden verdwalen en zelfs een rondje in konden fladderen. 

Kiwi was semi-tam, die kon ik nog wel pakken als het nodig was. Lani niet. Die sperde zijn snavel al wagenwijd open zodra ik in de buurt kwam en hij had er geen moeite mee om mij tot bloedens toe te bijten. Maar goed, kan gebeuren. Samen zijn ze een hecht setje, die bij het krieken van de dag, middag en avond een krikje deden om de onderlinge band te verstevigen. Zouden veel mensen een voorbeeld aan kunnen nemen. 

Echter. Vogels zijn niet zindelijk. Dat weet ik, dat wist ik. Wat ik niet wist is dat forpussen met stip op 1 staan als zijnde de allerbeste schijtlijsters. On-ge-lo-ve-lijk! Als ze een wind lieten ging het al mis en vloog de zeer dunne forpusontlasting je om de oren. De gemiddelde man is er niets bij!

Maandelijks stond ik de muur naast en achter de kooi te sauzen. M’n laminaat was een glijbaan geworden als ik die niet wekelijks op m’n oude knietjes schoonmaakte. De grond rondom de kooi heb ik de laatste maanden ingepakt met karton om de vloer te redden. M’n vanmijnmoedergekregen kast: onder de forpusshit. De forpussen in kwestie hadden overigens geen enkele last hiervan: zodra ze kramp kregen, hopsakee kont naar achteren en lós!  

Gisteren nadat ik m’n rug weer eens gebroken had op de kooi en wijde omgeving van de kooi, was ik er helemaal klaar mee. Binnen een uur stonden mijn schijtlijsters op marktplaats en nog eens een uur laten waren ze gereserveerd. Dat zal ze leren! Kiwi en Lani komen in een volière bij parkieten en valkparkieten. Alle ruimte, lekker buiten en je kan nog eens van bil met een soortgenoot. Wat wil een forpus nog meer? Ze werden opgehaald en toen ging het mis…

De man die ze kwam halen vertelde dat hij jonge, hele jonge parkietjes had, die vandaag naar de winkel zouden gaan. Je raad het al: het mooiste, liefste en tamste baby parkietje zit nu bij mij! Aan huis gebracht door dezelfde man die Kiwi en Lani kwam halen. Kiwi en Lani hebben hun eerste nacht overleefd, alleen heeft hij Lani discreet los moeten maken, toen hij een parkietenpoot in z’n snavel had. ‘Gotsie, doet ie anders nooit,’ piepte ik. Kudtvogel. 


Ik ben blij. Een tamme parkiet is vele, vele malen gezelliger en ontspannender dat 2 schijtlijsters, waarvan de een je opvreet. De zoon is ook blij met een eigen Tippi-Wan en zat er al mee op z’n schouder te tutten. Jongste kwam op kraamvisite en Tippi storte bij hem in slaap in z’n nek. 

Welkom Tippi-Wan, ik hoop dat je heel oud mag worden! 

Knutselsmurf

Op zich is het hartstikke handig hoor, daar niet van. Een Verloofde te hebben met 2 rechterhanden. Een Verloofde die, als hij iets in zijn mooie hoofd heeft, dit ook vaak binnen de kortste keren, kan maken. En dat niet alleen: het werkt 9 van de 10 keer ook nog!

Zo heeft de Verloofde sinds een paar jaar een jacuzzi in de palmentuin. En ja, de Verloofde en ik bubbelen ons het rotje als de avond is gevallen en wij ons van niets of niemand iets aantrekken en verschansen onder de palmen in bad. Met onder handbereik iets te drinken (vis moet zwemmen, nietwaar?) en iets te eten in de vorm van een tapasje of toastje. Sfeerverlichting aan: niemand maakt ons wat.

Echter. Het klinkt allemaal wel leuk, romantisch en aardig, maar als het water van het bad onder de 30 graden is, dan is het fluks uit met de waterpret. Niets zo onromantisch om binnen 5 -10 minuten onderkoeld, stijf en met blauwe lippen in het koude water zitten te klappertanden. Gelukkig vindt de Verloofde dat ook en dus verzon hij een vernuftig stukje installatiewerktuig, om de temperatuur van ’t water flink te verhogen. 

Hadden we al een schuurdakje vol met water gevulde slangen liggen die door de zon verwarmt wordt, nog altijd lukte het niet om ook op mindere zonnige dagen de temp lekker hoog te krijgen. Dus ging mijn knutselsmurfje aan de slag.

Verloofde dook in de kruipruimte onder z’n Casa del Sol, haalde daar de resten van een oude kas tevoorschijn en verdween 2 dagen uit beeld. Vrijdag was het spectakel klaar en zaterdag stond het geheel op het schuurdakje te branden in de zon. Toen de Verloofde na een paar uur, de pomp aanzette om te kijken of het zou werken en hoe warm het water dan welniet zou zijn, schrokken we ons het rambam. ‘Snel het altijddreinendeenjankende buurmeisje uitnodigen!’ floepte ik eruit. De termometer gaf namelijk 80 graden sharp aan! 80 graden, hoe dan? 

Goed, lang verhaal kort: de Verloofde is niet alleen mooi, maar ook nog eens slim. Reteslim zelfs. Alleen hebben we nu een ander probleem nl: hoe krijgen we temperatuur van de jacuzzi dusdanig dat we er niet alleen blauw, onderkoeld en stijf de jacuzzi uitkomen? Nee, we vragen ons nu ook af, hoe we op een warme dag kunnen voorkomen dat we met 3e graads brandwonden worden opgenomen in Beverwijk. 80 graden! 

Dilemma mensen, dilemma. Het wordt waarschijnlijk een lange, h e t e zomer… 

Strijken

Ik trok nog net niet wit weg met m’n lichtbruine bekje, toen ik, voor ik m’n hakken in bed zwiepte, de stekker van de strijkbout nog in het stopcontact zag zitten. Het was inmiddels zondagavond iets na 23 uur.

Heel veel huishoudelijk talent of hobby’s heb ik niet en zonder te stotteren kan ik rustig hardop zeggen, dat strijken met stip onderaan staat. Niet dat ik het niet kan, maar omdat ik het gewoon stom werk vind. Ooit had ik een collega, die streek zelfs haar sokken, washandjes en onderbroeken. Alles wat gestreken kan worden, streek zij. Ze had als vrijgezel blijkbaar tijd zat en is toen ze trouwde verhuisd naar Urk. Zegt genoeg, lijkt me, ze strijkt inmiddels alweer vele jaren alles glad óp Urk, inclusief het drankprobleem van haar echtgenoot. Maar dat terzijde, ik dwaal enorm af. 

Van mijn vader zaliger kreeg ik ooit eens een strijkbout. Dezelfde als mijn moeder had, helemaal hip en hot, die hij had gespaard van de Shellzegeltjes en dus helemaal gratis ende voor niets mijn kant op kwam. Het was een weergaloos stukje vernuftig design, wat bol stond van de extra knopjes, spraystanden en zelfs met een beveiliging tegen doorbranden. Dat laatste leek mij wat overdreven, in mijn geval, want ik strijk alleen in uiterste nood en nooit langer dan strikt noodzakelijk en met een oxazepam onder m’n tong.

Om even uit de wereld te helpen dat uw Soof een lui mensenkind is, nee zeg!  Jongste was nog geen 3 toen ik kostwinner werd, omdat de huidige ex de wao in ging. Daarvoor werkte ik ook, maar minder en had ik meer tijd voor huishouden en aanverwante bezigheden. Toch is strijken nooit een hobby van me geweest. Natte was flink uitkloppen en strak ophangen. Als het droog is, niet wachten tot het afbreekt, maar vlot strák opvouwen en hopsakee de kast in. Niets aan de hand. Na een kwartier gebruiken van ongestreken dekbedovertrekken of dragen van t-shirt, onderbroeken, sokken of spijkerbroeken zie je er niets meer van. Soms streek ik wel hoor, zo erg is het nu ook weer niet. Over bloesjes van de jongens of mijzelf en linnen zomerse niemanddalletjes of andere absolute noodzakelijkheden, wilde ik nog wel eens een strijkbout trekken. Zo moeilijk is het niet. 

Bij de divorce heb ik 90% van de inboedel achter gelaten. Dom ja, maar veiligheid was toen belangrijker dan spullen. Wat ik wel meenam, was de strijkplank en de van mijn vader gekregen strijkbout. Onslow riep nog hoe hij dan moest strijken, maar vroeg zich verder niet af hoe ik dan moest koken, slapen, zitten, eten, stofzuigen, liggen en vriezen. Afijn, de strijkbout staat bij mij en nog altijd kraai ik ‘Victorie’ als ik weer eens strijk.

Zo hadden we zaterdag broer&zussendag. Voor de gelegenheid wilde ik een dun katoenen vestje meenemen, want het kan flink afkoelen op het strand. Dus streek ik zaterdag op mijn bed -de strijkplank staat in de kast en dient als kapstok- mijn dunne katoenen vestje even snel. Ik had nog haast ook, want op het laatste moment moest ik nog van alles en nog wat. Maar, vestje was gestreken en ik zou niet voor schut lopen die avond. Ik gooide nog wat andere kleding in een tas, ondergoed en sokken en draafde naar beneden. Na een knuffel van oudste verdween ik met een auto vol tuinstoelen, boodschappen en mijn vers gestreken vestje naar de Verloofde. Daaaaaag, fijne dag, tot morgen! 

Ruim 32 uur later staat mijn huisje er nog. De gillende brandweersirenes die ochtend waren voor een huis 4 straten verderop, zag ik op P2000 wat ik dan toch even controleer als ik bij de Verloofde ben. Het is een wonder, blijkt nu, want voor hetzelfde geld had mijn eigen optrekje afgefikt door de door mij vergeten stekker in het stopcontact van de strijkbout! Een strijkbout! Ik moet er niet aan denken, dat het kreng in brand had gevlogen omdat ik, dienooitstrijkt!, brand had veroorzaakt omdat ik ook eens een keer een vestje streek. De horror! 

Voor ik zondagavond in slaap viel, bedankte ik m’n lieve vadertje nog maar eens. Die pa van mij die was zo gek nog niet, met zijn strijkbout-cadeau met vernuftige snufjes inclusief de extraodinaire beveiliging tegen het doorbranden. 

Het vestje heb ik trouwens niet eens aan gehad. Het was veel te warm op het strand… 

Fatsoen

Wat ging er door je heen, toen je vanmiddag uiteindelijk thuis op de bank neer plofte? Was je moe na een dag werken? Of was je nog steeds volledig in je nopjes met jezelf, omdat je die ochtend een teammanager die de wachtlijst beheert zo grensoverschrijdend uitgekafferd hebt, waar je je als normaal mens, zou schamen voor je eigen handelen? Want dát was het: grensoverschrijdend. Ver buiten elke vorm van fatsoen, met naast jou een arts die het allemaal toeliet. 

De arts belde mij namelijk om verhaal te halen over een patiënt bij jullie op de afdeling. Dezelfde patiënt van wie wij al van voor het weekend wachten op informatie. Gaat de PICC-lijn er nu wel of niet uit? Nee, wij geven geen schimmeldodende medicatie IV, wel antibiotica maar dat niet. Tuurlijk bepalen wij ook lab, alleen niet iedere dag en nee, wij laten hem dus ook niet dagelijks heen en weer rijden naar het LUMC ziekenhuis om dit bij jullie te doen. Dan is meneer namelijk niet ‘medisch klaar’ en nog niet toe aan zijn revalidatie bij ons. 

Gisteren heeft mijn collega nog met jullie gesproken en afgestemd welke info we nog nodig hadden. En ja, gisteren hadden we nog bedden leeg en opname dagen open, maar dat veranderde daarna binnen 2 uur: alle reeds aangemelde patiënten waren medisch klaar en konden opgeroepen worden. Van jullie hoorden we niets…. en toen jullie eindelijk belde tegen 17 uur waren wij al naar huis.

De arts ging op zich nog wel. Tikje arrogant, maar dat maakt op mij geen indruk meer na meer dan 30 jaar werken in zorg. Dat hij niet blij werd van mijn mededeling dat meneer maandag de eerste is, gaat de arts fors tekeer: bespottelijk, idioot en bovenal onacceptabel. Het zij zo: de overige patiënten staan al langer aangemeld en wij hebben tevergeefs gewacht op uw informatie. Bedden reserveren doen we niet aan. 

Omdat de arts geen voet aan de grond krijgt bij mij, geeft hij de telefoon aan de verpleegkundige naast hem. Jij steekt direct van wal en doet er nog een schepje bovenop. Als jouw werkwijze ook geen poot aan de grond krijgt bij mij, verander je in een relnicht (ik heb geen poep in m’n oren namelijk) en haalt alles uit de kast; je gaat volkomen los op mij. 

Ik zou niet capabel zijn en jij acht het nodig om mij te adviseren om per omgaande ander werk te gaan zoeken. Weet je snotneus, ik heb net als jij ook aan het bed met m’n handen in de stront gestaan, omdat ik net als jij ook -nog steeds- verpleegkundige ben. Het grote verschil tussen jou en mij is echter, dat jij nog steeds met je handen in de stront staat en ik capabel genoeg was om door te groeien in mijn functie en nu teammanager kliniek ben. En, niet geheel onbelangrijk, ik functioneer gewoon hartstikke goed! Mijn teamleden zouden het niet in hun harses hoeven te halen, om zo te keer te gaan aan de telefoon tegen wiedanook! 

Jouw actie, waar ik nogal ziek van ben, zegt alles over jou en niets over mij. Dat de arts naast jou niet ingreep, zegt iets van de normen en waarden in jullie ziekenhuis. Toen jij na je tirade, waarin ik herhaaldelijk mijn grenzen aangaf en jou vertelde dat ik níet zo behandeld en aangesproken wilde worden, de telefoon weer aan de arts zou geven, besloot ik mijn grens te sluiten en verbrak ik de verbinding. De arts had een dode lijn aan zijn verwonderde oor. 

Dat ik de verbinding verbrak zegt iets over mij en niets over jullie: ik laat me niet als stront behandelen. Nu niet, nooit niet meer. Arme patiënt, arm ziekenhuis als jullie het moeten hebben van dit soort werknemers.